Back to the future

Afgelopen week was-ie weer eens op TV: Back to the future. Ik denk wel mijn favoriete film, of in ieder geval een van mijn. Alles klopt wat mij betreft: het plot, de actie, de humor (“Chuck? It’s your cousin Marvin. Marvin Berry! That new sound you were looking for? Listen to this!”) en heel leerzaam: je moet niet rommelen met het tijdscontinuum.

Hadden de opperrechters van het Amerikaans Hooggerechtshof maar naar deze wijze les geluisterd. Afgelopen week heeft het Hooggerechtshof besloten dat het federale recht op abortus opgeheven wordt, waardoor de staten hier zelf over mogen besluiten. Gevolg is dat in Republikeinse staten het onmogelijk zal/kan worden om een (veilige) abortus te ondergaan, soms zelfs als de zwangerschap gevolg is van verkrachting. “Tijdreizen is toch mogelijk” is een veelgehoorde opmerking op social media, “met een reis naar Amerika ben je in één klap 50 jaar terug in de tijd”.

Maar dat is maar een gedeelte van het verhaal. Natuurlijk heeft het terugdraaien van de RoevsWade-uitspraak uit 1973 het recht op een veilige abortus zo’n 50 jaar teruggedraaid. Maar er is meer aan de hand: dit gaat volgens mij veel meer over een kleine groep religieuze extremisten die de afgelopen decennia een enorme macht hebben vergaard.

In de Volkskrant van afgelopen weekend staat hoe het geluid van christelijk-conservatief, (extreem) rechts Amerika steeds meer het geluid van de Republikeinse partij is geworden. En dat heeft nu als gevolg dat, alhoewel meer dan de helft van de Amerikanen vóór legale abortus is, dit recht toch in grote mate beperkt is. En dat in dezelfde week datzelfde Hooggerechtshof een (100 jaar oude!) restrictie voor het dragen van wapens verbood, terwijl 80% van de Amerikanen voor meer regels rondom vuurwapens is.

En de kans is aanwezig dat dit nog maar het begin is. In zijn motivatie voor het besluit over abortus hint opperrechter Thomas op het terugdraaien van andere besluiten en noemt hierbij het recht op gebruik van anticonceptie en huwelijken tussen mensen van hetzelfde geslacht. Als dat waarheid wordt lijkt het er meer op dat de klok in Amerika stukje bij beetje, uitspraak voor uitspraak, een paar honderd jaar wordt teruggedraaid. Een klein groepje machthebbers die vanuit een religieuze overtuiging het land bestuurd, dat klinkt meer als de middeleeuwen.

Zwart-Wit

Frank Boeijen zong het al: “Denk niet wit, denk niet zwart, denk niet zwart-wit. Maar in de kleur van je haar.” Wijze woorden, al heb ik dat laatste nooit helemaal begrepen. Helaas wordt het advies van Nijmeegs bekendste troubadour tegenwoordig weinig tot niet in de praktijk gebracht. Op social media, in politieke debatten, in de krant en aan de talkshowtafel: het lijkt wel alsof je pas aandacht krijgt wanneer je in absolute termen praat: altijd dit, nooit zo, alles zus, niets dat.

Neem de huidige discussie over de jeugdzorg. In oktober 2021 is bekend geworden dat 1175 kinderen van slachtoffers van de toeslagenaffaire uithuis geplaatst zijn. In de discussie die hierop losbarstte, viel al snel het woord ‘staatsontvoering’, met of zonder #. En dit is een goede weergave, niet per sé van de werkelijkheid rondom die uithuisplaatsingen, maar zeker van de teneur van de berichtgeving in de media: uithuisplaatsing slecht, jeugdzorg slecht, ouders en kinderen slachtoffers van een systeem waar alles fout gaat.

Het grote bezwaar van de wijze waarop de jeugdzorg en de uithuisplaatsingen worden besproken, is dat de stelligheid van de meningen een zinvolle discussie hindert. De laatste weken heb ik meerdere jeugdzorgprofessionals zichzelf zien verdedigen, zoals in de Volkskrant een kinderrechter. Zij betoogt: “Het beeld dat kinderen van toeslagenouders onterecht uit huis zijn geplaatst en/of ten onrechte niet zijn teruggeplaatst is onjuist en ongenuanceerd.” Direct onder haar artikel op de site staat een column met als titel: “Ook de minister kon niet één expert noemen die vindt dat uithuisplaatsingen goed gaan”.

Zo komen we dus niet verder.

Volgens mij zijn dingen in het leven nooit zwart-wit. Shit, nou doe ik het zelf ook. Herstel: volgens mij zijn dingen in het leven vrijwel nooit zwart-wit. De waarheid ligt in het midden, in het zogenaamde grijze gebied. Nu weet ik dat grijs (als kleur) er niet echt goed opstaat (grijze muis, vergrijzing, 50 tinten), maar misschien is het wel tijd voor een opwaardering van deze kleur. Ik vind hem prachtig. Maar dat kan natuurlijk ook met mijn achternaam te maken hebben.

Knop

Don’t tell me you’re funny, tell me your joke. Geen woorden maar daden. Action speaks louder than words.

Zomaar wat gezegdes die bij me opkwamen toen ik gisteren naar Vandaag Inside zat te kijken hoe Johan Derksen zijn bekentenis van een dag eerder goed probeerde te praten. Ik ga het hier niet herhalen, check de link maar.

In ieder geval was het verhaal gisteren net iets anders (als in: geen strafbare feiten) en was de reden dat hij dit verhaal met ons had gedeeld niet begrepen. Bovendien, en daar waren alle vaste gasten het over eens, hij had altijd heel veel compassie en mededogen met de slachtoffers van misbruik. Excuses waren niet nodig, want hij bedoelde het niet zo slecht en hij had toch gezegd dat hij zich schaamde? En, bovendien, toen was alles anders. Had hij al gezegd dat hij altijd heel erg meeleeft met slachtoffers van misbruik?

Yeah right.

Als dat echt zo zou zijn, zou dat verhaal dan niet anders verteld zijn? Op een manier die dat meeleven ook laat zien? En niet als sterke kroegpraat met als voornaamste doel om de lachers op zijn hand te krijgen? Lachers die zo geconditioneerd zijn, dat ze altijd wel lachen, hoe slecht de ‘grap’ ook is?

En ook ik vind dat deze man, dit programma, van de buis zou moeten verdwijnen. Als mensen zo’n behoefte hebben aan kleedkamerpraat, moeten ze maar gaan sporten. Is nog gezonder ook. Maar als dat programma dan stopt, laat het dan zijn omdat er niet meer gekeken wordt en niet omdat het programma ‘gecanceld’ wordt. Dat voedt alleen maar de onzinnige bewering dat je ‘niets meer mag zeggen in dit land’.

Nee, laten we de woorden van de helaas deze week overleden Henny Vrienten in daden omzetten:

“Er zit een knop op je TV
Die helpt je zo uit de puree
Druk ‘em in en ga maar mee
De bloemen buiten zetten”

Hup Elite!

Zo. De langste kabinetsformatie ooit zit er op. Deze week hebben Rutte en co hun plannen gepresenteerd. Vanaf vorige week gingen de geruchten al dat het eindelijk zover zou zijn en maandagochtend werden de fractieleiders geïnterviewd op weg naar de laatste loodjes. Ze deden hun best om de verwachtingen te temperen, wilden geen van allen iets dat ook maar leek op een toezegging doen dat het bijna klaar was. Ja, misschien maar misschien ook niet. We moeten nog hard werken en dat gaan we nu doen, met hopelijk snel resultaat. “Deo Volente, zoals ze dat wel zeggen” zei Sigrid Kaag.

De afstand tussen de bestuurlijke elite en de rest van het land in 1 zinnetje. Want: niemand zegt nog “Deo volente” (toch?). Misschien dat Thierry weet wat het betekent, want die kent Latijns. Maar die gelooft alleen in zichzelf, dus die zegt dat ook nooit.

Niet dat ik tegen de elite ben, begrijp me goed. Ik ben juist enorm voor! Laat die elite maar hun capaciteiten gebruiken om moeilijke besluiten te nemen, om ons land door een turbulente wereld de weg te wijzen naar een mooie toekomst. Daarbij op transparante wijze verantwoording afleggend aan onze volksvertegenwoordiging in de Tweede Kamer. Ja, ik zie ook dat het hier misgaat. Maar ligt dat aan de zogenaamde elite of aan de definitie die we aan dat begrip hebben gegeven?

Eerst was de elite een “uitgelezen minderheid die bijzondere sociale, geestelijke en zedelijke kwaliteiten geacht werd te bezitten en die als geprivilegieerde, leidinggevende groep optrad”. In ons ‘doe maar normaal, dan doe je gek genoeg’-landje houden we echter niet zo van mensen met bijzondere kwaliteiten en wordt elite als iets negatiefs gezien. Dus bestaat de ‘elite’ steeds meer uit mensen die wel een bevoorrechte positie hebben, maar er geen bijzondere kwaliteiten tegenover zetten.

Kijk, als onze minister-president visie omschrijft als de olifant die het zicht op de rest van de kamer belemmert, als een lijsttrekker tijdens een pandemie roept dat we toch niet moeten luisteren naar een “klojo in een witte jas”, dan ontstaat ruimte. Ruimte voor een dansleraar die zich viroloog waant. Ruimte voor een model om na een paar uurtjes googelen ‘vragen te stellen’ over een complot van de farmaceutische industrie, regeringen en grote bedrijven . Ruimte voor gesprekken aan talkshowtafels waar wetenschappers tegenover BN-ers met een mening gezet worden, want dat clasht zo lekker op tv.

En mensen gaan erin mee, gaan erin geloven dat die dansleraar het beter weet dan de viroloog of dat het model een wereldwijde samenzwering blootlegt. Verwarren het hebben van een mening met het hebben van kennis en verwarren kennis met begrip. En als gevolg hiervan zoeken ze antwoorden waar ze niet te vinden zijn. Bij ‘life-coaches’ als Lil Kleine en Ali B bijvoorbeeld. ‘Coaches’ die vooral blijk geven van hun talent om zichzelf centraal te zetten terwijl je als coach toch vooral zicht op de ander moet hebben. En dergelijke dwalingen zijn niet zonder (financieel) risico: voor je het weet loop je rond met een radio-actieve ketting om je nek.

Nee, het wordt tijd om het begrip ‘elite’ een opwaardering te gunnen. Zodat we mensen die écht ergens verstand van hebben de ruimte geven om te doen waar ze goed in zijn. Zodat problemen niet verplaatst of vooruit geschoven worden, maar opgelost. En als we dan toch bezig zijn met her- of opwaarderen, kunnen we ‘deugen’ dan ook meenemen?

Omdenken

Misschien ken je het wel, via LinkedIn of andere social media; Omdenken. Een manier om probleemoplossend te werken in organisaties door ‘ja maar’-denken te veranderen in ‘ja en’-denken. Op die manier zeg je ‘volledig ja tegen de realiteit’ en doordat je de feiten accepteert, ontstaan nieuwe mogelijkheden om het probleem op te lossen.

Prachtig. En, zo lijkt het tenminste, een groot succes. Er zijn scheurkalenders, posters, agenda’s, zelfs een theatershow en natuurlijk de bedrijfstrainingen. Out-of-the-box-denken was nog nooit zo lucratief.

Een bedrijf waarvan ik vermoed dat ze een training bij Omdenken hebben gevolgd is Nedcar. Vorige week stond een artikel in de Volkskrant over de bouwplannen die het bedrijf heeft voor een nieuwe productielijn. Klein probleem: de beoogde locatie is een oud bos, met eiken van 200 jaar oud, waarin bovendien beschermde vleermuizen wonen. Dus geen kapvergunning.

Met het oude ‘ja maar’-denken kwam men niet tot een oplossing. Hier was Omdenken nodig! En ja hoor, een nieuw idee was geboren: als we geen vergunning krijgen omdat die vleermuizen in het bos wonen, waarom verhuizen we de vleermuizen dan niet? Maar hoe doe je dat, vleermuizen verhuizen? Daar wist Nedcar wel wat op: gewoon de deur op slot doen. Met plastic werden de holen in de bomen afgesloten, zodat de vleermuizen er niet meer in kunnen. Ze moesten maar naar het nieuw aangeplante compensatiebos een stukje verder. Prachtig omgedacht (al zullen die vleermuizen er anders over denken).

Een ander mooi staaltje omdenken is het plan om in de ruimte een aluminium scherm op te hangen ter grootte van Europa, om een beetje zonlicht te weren en zodoende de opwarming van de aarde tegen te gaan. Een ouderwetse ‘ja maar’-denker zou zeggen dat je dan de ruimte gaat vervuilen om de aarde ook verder te kunnen vervuilen, maar dat is zoals gezegd ouderwets.

En noem me dan ouderwets, maar toch heb ik een probleem met deze manieren van omdenken. Hartstikke leuk als je de regels die voor het kappen van een eeuwenoud bos weet te omzeilen, maar misschien zijn die regels er niet voor niets? (de ambtenaren die de kapvergunning hebben afgegeven zou je ook een onbewoonbaar huis in, pak m beet, Valkenburg gunnen, trouwens. En dan wijzen naar een stapel stenen en een zak cement als nieuw onderkomen) En het lijkt me ook fijn dat we kritisch blijven kijken naar welke feiten je accepteert, of je een ontstane realiteit wel wíl omarmen. Anders wordt jouw omgedachte oplossing het probleem van een ander.

Lastig

Ik vind het lastig. In een tijd waarin het land, de wereld, steeds meer verdeeld lijkt in voor of tegen, voel ik me bijna gedwongen om een standpunt in te nemen over de zogenaamde coronapas. Het (demissionaire, dat vind ik toch belangrijk om even te vermelden) kabinet wil de 1,5 meter-maatregel los laten, en dan zou toegang tot evenementen zoals concerten, maar ook horeca alleen nog mogelijk zijn met een QR-code. Die code toont dan aan dat je ofwel gevaccineerd of negatief getest bent.

Zoals ik het begrepen denk te hebben, is dit nodig omdat de vaccinatiegraad nog rond de 80% ligt en dit te laag is om alles helemaal los te laten. Dat zou opnieuw een te grote druk op de zorg kunnen veroorzaken. Wanneer de vaccinatiegraad boven de 90% zou zijn, zou de pas niet meer nodig zijn en zo snel mogelijk weer afgeschaft worden (waar hebben we dat eerder gehoord?).

Ik ga hier niet alle voors en tegens van de beide kampen herkauwen, kijk daarvoor maar op social media. En als ik dat doe, vraag ik me af of je over een dergelijke kwestie ook níet uitgesproken mag zijn. Omdat het ingewikkeld is en er veel kanten aan zitten. Omdat het over persoonlijke vrijheid gaat en gezamenlijke verantwoordelijkheid. En over gezamenlijke vrijheid en persoonlijke verantwoordelijkheid.

In de (social) media is geen ruimte voor enige twijfel. Iedereen lijkt zijn of haar standpunt al te hebben bepaald en geeft niet de indruk veel ruimte voor tegenspraak te dulden. En veel te vaak wordt een standpunt verdedigd met een lekker in het gehoor liggende en nog veel fijner op het onderbuikgevoel spelende vergelijking, die bij een beetje doordenken op zijn minst grotendeels mank gaat. Nee, we leven niet in een dictatuur of onder een apartheidsregime. En nee, dit is niet hetzelfde als een rijbewijs. Het probleem van die vergelijkingen is dat de discussie vervolgens gaat over de vergelijking en niet over de kwestie zelf. Dat helpt ons niet verder, lijkt me.

Zoals gezegd, ik weet niet wat ik ervan moet vinden. Ik vind wel dat de maatregel raakt aan een aantal, toch fundamentele, rechten zoals het recht op zelfbeschikking en het recht op persoonlijke integriteit. Om zo’n maatregel dan er als demissionair kabinet zo maar ff door te jassen, gaat me wat ver. Ook omdat er een kamermotie is aangenomen die een dergelijke vaccinatiedrang juist afwijst. En minister De Jonge eerder heeft gesteld dat er geen drangmaatregelen zouden worden ingevoerd. Het is door deze handelswijze dat het vertrouwen in een overheid die het beste met ons voor heeft nog verder afbrokkelt en daarmee het draagvlak voor dergelijke maatregelen.

Dus de manier waarop de coronapas ingevoerd wordt, daar vind ik wel wat van. Maar de pas zelf? Ik vind het lastig.

Dominee Grauwdaat

De piemel is niet het probleem. Kent u die uitdrukking, dames en heren? De piemel is niet het probleem.

Ik moest daar aan denken toen vorige week er OPHEF! was rond het programma Gewoon. Bloot. van de NTR. In dit programma laten 5 volwassenen hun naakte lijf zien aan een groep kinderen om zo te laten zien dat we allemaal anders zijn en dat ieder lichaam goed is zoals het is. Door de perfecte Instagram-wereld is dat iets waar veel jongeren aan twijfelen.

En toen kwam er dus OPHEF! Pedofilie! schreeuwden mensen. Het programma moest van de buis, de tere kinderzieltjes moesten beschermd worden tegen deze vreselijkheden. En zoals altijd zijn de mensen die het hardst schreeuwen zelf het meest onzeker, misschien wel over hun eigen dikke buik, hun klapkuiten of hun flaporen.

Maar: de piemel is niet het probleem! maar de reactie van deze mensen. Iedereen heeft een lichaam en iedereen heeft zijn onzekerheden over zijn of haar lijf. Maar we mogen allemaal trots en blij zijn met ons lijf en er zoveel mogelijk van genieten, al dan niet met anderen. Waarom zouden kinderen tegen dat besef beschermd moeten worden?

Deze week was de piemel opnieuw in het nieuws. Nu ging het erom dat jonge acteur een jongetje van 12 had overgehaald om zijn piemel te laten zien tijdens een livestream op Instagram. En zoals zo vaak zijn er dan mensen die dat jongetje verwijten dat hij zijn piemel laat zien. NEE! riep ik, zo hard dat mevrouw Grauwdaat ervan wakker schrok: De piemel is niet het probleem!

Die pestkop is het probleem! Die vervelende pestkop die net zo lang op een jonger kind inpraat, hem gouden bergen belooft (is die 17.000 al betaald?) tot dat het kind bezwijkt voor de druk. En of de pestkop dan wil dat het kind iets jat, een ander kind slaat of zijn piemel laat zien, doet er eigenlijk niet toe. Lieve mensen, die piemel is niet het probleem.

Laten we een fijn weekend hebben, waarin we lief zijn voor ons lijf, of voor dat van een ander natuurlijk. Het is lente, dus laat die kriebels maar komen, zou ik willen zeggen. Ik wens u een hele fijne voortzetting en een aangenaam etensmaal, met spekjes bijvoorbeeld.

Keuzestress

Het is de avond voor de verkiezingen en het slaat toe: keuzestress.En niet omdat ik er nog niet uit ben, ik heb van het weekend de knoop doorgehakt. Nee, omdat ik me toch wat zorgen maak wat er hierna gebeurt.

Afgelopen zaterdag stond een interessant artikel in de Volkskrant over de Vlaamse historicus Annelien de Dijn, die het begrip vrijheid heeft onderzocht. Wat bedoelen we nu eigenlijk met vrijheid? Zij legt uit dat van oorsprong vrijheid een meer collectieve invulling had: de Atheners beschouwden vrijheid als gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een democratisch bestuur. De Amerikaanse president Roosevelt onderscheidde 4 soorten vrijheid, waarmee het volk controle had over zowel de politieke als de economische sfeer. De laatste decennia is ons vrijheidsbegrip echter beperkt tot een individualistisch, liberaal concept, gericht op de eigen vrijheid om te doen waar je zin in hebt, te consumeren en te feesten zo veel je wil.

De gezamenlijke verantwoordelijkheid is uit beeld geraakt en dat zien we terug in ons politieke landschap. Kijk naar de liegende volksmenner die zijn campagne bij elkaar jat, de kiezers een onhaalbaar en dubieus ideaal voorspiegelt. Een politicus die geen verantwoordelijkheid neemt voor zijn uitingen en niet in gesprek wil met mensen die het niet met hem eens zijn (toch een belangrijk deel van je functie).

Of zou er massaal gekozen worden voor een programma dat de grondrechten van een groot aantal Nederlanders bij het grofvuil zet? Een voorstel dat ongrondwettelijk is, maar kniesoor die daar op let. Over onhaalbaar en dubieus gesproken. Maar juist door die onhaalbaarheid wordt iedere eventuele verantwoordelijkheid bij voorbaat vermeden.

Kijk naar de man die al jaren in het Torentje woont. Die alles weglacht, nergens iets van weet, geen herinnering heeft, maar desondanks vindt dat hij de uitgelezen persoon is om de onder zijn verantwoordelijkheid gemaakte fouten te herstellen. Die zegt dat hij verantwoordelijkheid neemt voor de toeslagenaffaire, maar het ondertussen verschrikkelijk vindt “wat die mensen is overkomen” en met die formulering zichzelf er weer handig buiten plaatst. Die lijsttrekker is van een partij die trots tweet dat ze onder zijn leiding 90% van de mensen die zouden willen vluchten uit een oorlog hebben kunnen tegenhouden. 

Maar ook de partijen die verregaande klimaatmaatregelen voorstellen vanuit de terecht gevoelde noodzaak (nu of nooit mensen!), ondertussen vergetend dat er een groter draagvlak nodig is voor dergelijke ingrijpende besluiten. En dat niet iedereen 40.000 euro heeft klaarliggen om van het gas te gaan. Alhoewel ik niets doen, het probleem ontkennen, nog erger vind.

Wat ik maar wil zeggen is dat ik hoop dat we met de uitslag die we deze dagen bij elkaar stemmen een koers kunnen inzetten waarbij het begrip vrijheid niet beperkt blijft tot het individuele, ‘mijn vrijheid is belangrijker dan de jouwe’. En dat begrippen als solidariteit, verantwoordelijkheid en lange termijn ook deel gaan uitmaken van ons vrijheidsbesef.

Hoe dan ook: ga stemmen!

wij-zij

Het zit blijkbaar in ons systeem: wij-zij denken. Mensen willen ergens bij horen en misschien nog wel meer ergens juist níet bij horen. En dan krijg je groepen: De Jets en de Sharks, de Beatles of de Stones, katholiek of protestant, Ajax of Feijenoord, Vitesse of NEC. De middelbare school was vroeger verdeeld in punkers en kakkers (en wat Sjonnies). Maar ook in Tomos- en MT 5-rijders. Of in voetballers en hockeyers. En natuurlijk in rokers en niet-rokers. Er waren zo wel veel wij-zij-clubjes, maar je had allerlei dwarsverbanden en kwam toch nog heel veel verschillende mensen tegen.

Nu lijkt het alsof alle wij-zij verschijnselen langs eenzelfde meetlat gelegd worden. Dus als je tegen de avondklok bent, geloof je ook niet in klimaatverandering, ben je voor Zwarte Piet, tegen 5G, vertrouw je de NOS niet, wil je uit de EU, denk je dat we geregeerd worden door een geheim genootschap van pedofielen, leef je in een dictatuur, denk je dat een tracker van Bill Gates in het corona-vaccin zit en vind je dat je niets meer mag zeggen in dit land. En vice versa.

Lekker makkelijk natuurlijk en heel overzichtelijk bovendien. Maar ik vind het te weinig. Er zijn nog te veel manieren om mensen in hokjes te stoppen die hier niet aan mee doen. En dan ontstaat alsnog verwarring en dat willen we niet. We waren net zo lekker bezig met ons Grote Definitieve Wij-Zij-Overzicht.

Ik wil dan ook voorstellen om ook de volgende kwesties in dit Grote Definitieve Wij-Zij-Overzicht op te nemen: ochtendmens of avondmens, hele of kapotte dooier, hondenmens of kattenmens, knipperlicht gebruiken als je afslaat of ze zoeken het maar uit, naturel of paprika, Spa rood of blauw, ruikt je plas naar aarde na het eten van asperges of niet, begraven of cremeren, automaat of handgeschakeld, Pepsi of Coca Cola, rugslaper of zijslaper en natuurlijk de splijtzwam der splijtzwammen: wc-rol met het velletje voor of achter.

Wat zeg je? Niet te doen?

Klopt. Zullen we dan maar ophouden met dat wij-zij gedoe? Of in ieder geval wat meer aandacht geven voor wat we gemeen hebben met elkaar in plaats van te blijven hameren op de verschillen? En vooral niet denken dat we op basis van één ander standpunt elkaar helemaal niet kunnen vinden?

Rood kruis

Na een uit de hand gelopen demonstratie tegen de corona-maatregelen in Amsterdam, werd Nederland afgelopen weekend een toonbeeld van rellen, vernieling en geweld onder de noemer ‘avondklokrellen’. Nu al het woord van 2021.

In steden en dorpen door het hele land gingen mensen (eigenlijk alleen maar jongens, maar dat zijn ook mensen) de straat op om te protesteren tegen de zojuist ingegane avondklok, om de politie uit te dagen, om bushokjes te slopen, de Jumbo leeg te halen of om de Primera te vernielen.

Gelukkig vond bijna niemand dat een goed idee en was de afkeuring massaal. Dit was toch niet het Nederland dat we kennen? Op social media en in talkshows verdrongen mensen zich om publiekelijk af te keuren waar geen weldenkend mens goedkeuring voor geeft.

Toch slaagden er sommigen in om de verantwoordelijkheid niet bij de relschoppers neer te leggen. Natuurlijk was de regering uiteindelijk de schuldige, met al die overbodige maatregelen. Of anders de (fake!) pers, die veel te eenzijdig bericht doen van de coronapandemie. Hyena’s dat ze zijn. Of het waren de moslims, en daar zijn er hier door het slappe immigratiebeleid van de regering veel te veel van.

Maar toen ik deze week het ochtendnieuws bekeek, waar de rellen natuurlijk ook onderwerp van gesprek waren, viel mijn blik op een ander bericht: “Fors meer boetes uitgedeeld voor negeren rood kruis.” Rijkswaterstaat meldt dat in 2020 het aantal boetes dat is uitgeschreven voor het negeren van een rood kruis boven de snelweg met 55% gestegen is.

En ik dacht: dat zijn wij. Dat is óók Nederland. Gewoon schijt hebben aan een rood kruis boven de snelweg, want ík moet naar huis. Maakt me niet uit wat anderen hier van denken, of anderen hier last van hebben, als ik maar zo snel mogelijk thuis ben. Ikke ikke en de rest kan stikken. En als je dat naar de coronapandemie vertaalt, is dat letterlijk op te vatten.

En net zoals de ‘rood-kruis-doorrijder’ vooral anderen in gevaar brengt en er voor zorgt dat de rest nog langer in de file staat, zorgen de corona-ontkenners en de coronamaatregelontduikers er vooral voor dat anderen meer risico lopen en we met z’n allen nog langer in deze corona-file staan.

Maar hé, jij bent lekker op tijd thuis. Fijn voor je.