Ademruimte

Het beeld van George Floyd, op de grond, met een knie van een politieagent in zijn nek, zal me nog lang bijblijven. Een grote man, onderworpen aan de politiemacht, angstig roepend dat hij pijn heeft. Roepend om zijn moeder. De politieagent blijft onverstoorbaar. Hand in z’n zak, alsof hij een wandelingetje aan het maken is. Ondertussen George Floyd de adem benemend.

Het is ondertussen een week geleden en het laat mij niet los. En met mij velen. Wereldwijd zijn er protesten uitgebroken tegen het politiegeweld in de VS dat zich te vaak op zwarte Amerikanen richt. Opnieuw blijkt dat racisme nog lang niet de lelijke kop is ingedrukt en dat we hier tegen moeten blijven strijden.

Het is triest om te zien dat de discussie in de media op dit moment meer gaat over de manier waarop die strijd gevoerd wordt, dan over het waarom van de strijd. De protesten lopen op verschillende plaatsen uit de hand met geweld en plunderingen als gevolg. Nu geloof ik niet in geweld als oplossing, maar ik realiseer me dat ik, vanuit mijn veilige (witte) positie, in dit geval misschien niet de meest relevante mening heb.

Trevor Noah, presentator van de Daily Show, heeft er wel iets zinnigs over te zeggen. Hij stelt dat we als samenleving een soort contract hebben, waarin we regels afspreken. En als je je aan die regels houdt, kun je je ontwikkelen, in je levensonderhoud voorzien en ben je veilig. Als nu precies die overheidsinstantie die jou veilig zou moeten houden, je keer op keer intimideert, bedreigt, mishandelt en vermoordt, waarom zou je je dan, als zwarte in Amerika, nog gebonden voelen aan dat contract?

In de Volkskrant wordt een demonstrant geciteerd die zegt geen medelijden te hebben met een zwarte ondernemer wiens zaak geplunderd is, want “hij is onderdeel van het systeem”. Ik vind dit een onrustbarende gedachte. Als we niet meer geloven in ons democratisch rechtssysteem, waar zijn we dan? Onze democratie is kwetsbaar, blijkt eens te meer, en voor een groot deel gebouwd op vertrouwen.

En ik snap dat dat vertrouwen verdwijnt wanneer je jaren, decennia, eeuwen, buitengesloten wordt. Ik keek naar “I am not your negro” een docu over de zwarte burgerrechtenbeweging aan de hand van een onvoltooid manuscript van James Baldwin. Wat me trof, buiten de gruwelijke beelden, is hoe weinig er eigenlijk veranderd is. In 1965 wordt ook de vraag gesteld of die protesten nog nodig zijn. De zwarte Amerikanen hebben toch kansen? Ze kunnen toch dokter worden, of notaris of politicus? Precies het ‘bewijs’dat nu aangevoerd wordt om te onderbouwen dat het toch zo erg niet is.

Terwijl ook in de Corona-crisis maar weer eens is gebleken dat de zwarte bevolking nog steeds op achterstand staat. Ze hebben minder toegang tot gezondheidszorg, minder vangnet, zijn minder vermogend om een situatie als deze op te kunnen vangen. Witte Amerikanen hebben gemiddeld 10 keer zoveel vermogen als zwarte Amerikanen.

En ook hier kun je spreken van (al dan niet geinstitutionaliseerd) racisme: denk aan de uitzendbureaus die sneller een Wim aannemen dan een Ahmed, denk aan de belastingdienst die aan etnisch profileren doet. Maar ook aan het gegeven dat kinderen met een allochtone achtergrond een lager schooladvies krijgen dan autochtone kinderen. Hoezo gelijke kansen?

In de docu legt Baldwin uit wat het betekent om geen plek te hebben in de samenleving, in de cultuur. Hij herinnert zich dat hij als jongetje graag naar westerns keek, zichzelf in de cowboy-heldenrol fantaserend, om er later achter te komen dat hij in wezen de Indiaan zou zijn geweest in zo’n film. Hij komt er langzaam achter dat er geen plek is voor mensen als hij in de cultuur en dus in de samenleving.

En het klopt: zwarte Amerikanen zijn ondervertegenwoordigd in media, leidinggevende posities, politiek en zo meer. En dat geldt ook voor andere minderheden, vrouwen en de LGBTQ-gemeenschap. Ook in Nederland zie je dit: afgelopen week zaten in een talkshow een stuk of 6 witte mensen te praten over rassenongelijkheid in Amerika. En als dan, een week eerder, naar buiten komt dat de NPO een (toegegeven, tenenkrommende) poging heeft gedaan om het beeld in hun programma’s wat diverser te maken (de beruchte Divibokaal), gaat ook hier de discussie niet over de onderliggende vraag, maar alleen nog over de manier waarop die beantwoord wordt.

Laten we ons niet afleiden van waar het werkelijk over gaat. Laten we in gesprek gaan en blijven over racisme, discriminatie en ongelijkheid. Laten we ook luisteren naar en leren van elkaar. Laten we er samen voor zorgen dat iedereen zich onderdeel van onze samenleving voelt, ongeacht huidskleur, geloof of geaardheid. En laten we elkaar vooral de ademruimte gunnen die George Floyd ontnomen is.

A stable genius

Ik had me voorgenomen om het voor één keer te doen. Om toch eenmaal de aandacht te geven aan hem, hij die eigenlijk onze aandacht niet waard is. En dan niet om grappen te maken over zijn uiterlijk, over zijn domheid of zijn versprekingen. Nee, ik wilde het hebben over de corruptie, de belangenverstrengeling, het nepotisme, het narcisme en de kwaadaardigheid van Donald J. Trump.

En ik was al een stukje op weg. Ik had gelezen over de manier waarop de belangen van de Trump Organization en die van het Witte Huis steeds vaker in elkaars verlengde lijken te liggen. Ook had ik voorbeelden van de wijze waarop Trump familieleden op belangrijke posities benoemt, zonder dat zij de kwalificaties hebben voor die posities.

En toen kwam de coronacrisis. En werd iedere nieuwe dag de werkelijkheid toch weer gekker dan dat je voor mogelijk had gehouden. Een patroon dat zijn presidentschap definieert. Iedere keer als je denkt: “hij zal toch niet…” heeft-ie het al gedaan. En al snel realiseerde ik me dat in deze periode alles wat je over Trump zou willen blootleggen, alles wat misschien nog net onder de oppervlakte van die grapjes over zijn haar kon blijven, zichtbaar wordt. Het masker ging af, verschuilen kon niet meer.

Wat resteert is een leider die niet kan leiden, die geen verantwoordelijkheid neemt maar schuldigen aanwijst. Die levensreddende materialen niet beschikbaar stelt omdat mensen ‘niet aardig’ tegen hem zijn geweest, maar die bevriende staten (die op hem gestemd hebben) wel alles geeft waar ze om vragen. Daarmee uitvoering gevend aan zijn Godcomplex. Een leider die, midden in wat de grootste crisis sinds de tweede wereldoorlog dreigt te worden, doodleuk opschept over het feit dat hij ‘number 1 on Facebook’ is. Wat overigens niet waar is.

Ik kan nog lang doorgaan, maar in dit artikel van The Atlantic wordt eigenlijk alles gezegd, op een veel betere manier dan ik zou kunnen. En lees anders de open brief die Tommy Lee van Mötley Crüe weliswaar niet zelf schreef, maar wel op z’n twitter-account zette. Ik kan de conclusie in ieder geval geheel onderschrijven: Fuck you, mr. President. And fuck you forever.

The end of the world as we know it?

Had mijn vorige blog een persoonlijke invalshoek, dit keer wil ik met wat meer afstand naar deze vreemde en bevreemdende tijd kijken. En dat is toch ook weer persoonlijk, want ik voel me altijd al aangetrokken tot ‘the big picture’.

Wat er nu aan de hand is in de wereld is ongekend. Niet zozeer onvoorstelbaar, want velen (van Bill Gates tot BNN) hebben al een dergelijke virus-uitbraak voorspeld. Het was er alleen nog niet echt van gekomen. De maatregelen die nu worden genomen om deze crisis te bestrijden zijn nog niet eerder nodig geweest. En de gevolgen zijn direct merkbaar, maar: wat zijn de gevolgen in de komende jaren?

Bij velen, ook bij mij, komt de gedachte (of is het meer een gevoel?) op dat deze uitbraak samenhangt met onze geglobaliseerde samenleving. De ‘Global Village’. Dat dit een teken is dat het credo van de eeuwigdurende economische groei niet langer houdbaar is en dat we de aarde te veel belasten. In dat licht zouden er dus lessen te leren zijn en hebben we, nu alles stil ligt, misschien wel een uitgelezen kans om de toekomst te sturen. Maar in welke richting?

In tijden van grote onzekerheid en dreiging hebben mensen behoefte aan een daadkrachtige leider. Dit type leider is de laatste jaren al in opkomst in de wereld. Denk aan Erdogan, Putin en natuurlijk Trump. Maar dit zijn ook leiders die niet veel ophebben met persvrijheid, wetenschap ontkennen als de conclusies hen niet aanstaan en daarnaast de onafhankelijke rechterlijke macht ter discussie stellen of erger. Daarmee nadrukkelijk aan de poten van de democratische rechtsstaat zagend. Ook in ons land zie je enkele politici die in deze richting bewegen.

Ik ben bang dat onze huidige behoefte aan een sterke man (of vrouw natuurlijk) juist dit soort tendensen versterkt. Dat we kiezen voor de schijnzekerheid die ons geboden wordt. En dat we daarmee enkele essentiële rechten of vrijheden in de uitverkoop doen.

Maar er is ook een andere trend: die van de beweging van onderop. Net zoals er kleinschalige, lokale initiatieven zijn op het gebied van duurzame energie, biologisch voedsel (bier!) en zorg, zie je nu ook op (zeer) lokaal niveau veel samenwerkingsverbanden ontstaan om elkaar in deze tijd te helpen.

Met behulp van social media worden oud-verpleegkundigen geworven en ingezet, worden bloemen en voedsel geleverd aan mensen die het even extra nodig hebben. Denk ook aan artiesten die via social media concerten streamen, sportscholen die lessen voor thuis beschikbaar maken en musea die virtuele rondleidingen geven. Deze voorbeelden houden wat mij betreft een belofte in: dat het anders, beter kan.

Misschien is dit wel de wake-up call die we nodig hebben. Een periode van stilstand die via bezinning en reflectie naar andere keuzes leidt. Keuzes voor de lange termijn in plaats van de korte. Voor kwaliteit in plaats van kwantiteit. Voor behouden en beschermen wat dierbaar is in plaats van het te offeren aan die eeuwigdurende economische groei. En beschermen we wat kwetsbaar is in plaats van de belangen van de gevestigde orde.

En wanneer we er op durven vertrouwen dat we het wel redden, dat we er samen uit komen, hebben we die sterke man met zijn valse beloftes helemaal niet nodig.

“The end of the world as we look on the bright side of life”

Dat was het dan. Dit is het einde van de wereld zoals we die kennen. Toch te lang op de pof geleefd. Te weinig gelet op de waarschuwingen die al meerdere keren op ons af zijn gestuurd. Te veel de nadruk gelegd op groeien, groeien, groeien en ondertussen de écht belangrijke zaken uit het oog verloren. En nu gaan we er allemaal aan. Is het niet door het virus, dan wel door de financiële en economische schade. En iedereen zorgt vooral voor zichzelf en voor zijn eigen wc-papier.

Aan de andere kant:

Ik laat me toch niet bang maken door een uit de hand gelopen griepje. Ook dit zullen we te boven komen. Je ziet nu al hoe mensen elkaar steunen, initiatieven opzetten om er voor elkaar te zijn. Dit brengt het beste in de mens naar boven. En blijkbaar hebben we nog genoeg wc-papier om de komende 10 jaar te poepen. Over een maand of twee is het leven weer normaal.

Tussen deze uitersten springen de gedachten in mijn hoofd op en neer. Meerdere malen per dag. Ik word er moe van. En ik ben er niet gerust op. Steeds dat gevoel, de gedachte in mijn achterhoofd dat er iets niet klopt, dat het niet in orde is. En hoe anders de situatie ook is, het gevoel brengt me terug naar de tijd dat we met Maria in het ziekenhuis waren.

Het besef dat er iets basaals, een van de zekerheden van je bestaan, bedreigt wordt en dat je geen of maar heel beperkte controle hebt over deze situatie. De onzekerheid en machteloosheid maken me moe en van slag.

Maar daar help ik mezelf en verder ook niemand mee. Dus laat ik de dingen die we geleerd hebben uit die tijd er weer bij halen. Die zullen nu ook vast van pas komen:

  • Hou elkaar vast, ook al is het op afstand. Blijf contact maken met elkaar en blijf praten.
  • En dan: niks is gek. Alles mag gezegd worden.
  • Laat je gedachten niet te ver weg lopen. Loop niet op de zaken vooruit. De dag van vandaag is genoeg om mee te dealen.
  • Stap er ook soms even uit. Je hoeft niet ál het nieuws te volgen. Doe een spelletje, lees een boek, kijk een film, luister muziek!
  • Zorg goed voor jezelf en voor elkaar.
  • Luister naar de mensen die er verstand van hebben. Zou overbodig moeten zijn, maar de laatste weken hebben bewezen dat dat niet zo is.
  • En tot slot: alles komt goed. Misschien niet hetzelfde als hiervoor, maar het komt goed.

Terugblikken XL

Zo, de kerst overleefd en genieten van een paar rustige laatste dagen van 2019. Mooi moment om even stil te staan bij het afgelopen jaar, normaal gesproken. Toch doe ik dat niet. Wat wel door me heen gaat de afgelopen dagen, is hoeveel er voor mij, voor ons, veranderd is in het afgelopen decennium. De jaren 10, zoals ze in de media genoemd worden deze dagen.

In 2009 werkte ik nog bij de bank, nu in de zorgsector. Minder goedbetaald, maar met veel meer voldoening. We zijn 2 keer verhuisd in de afgelopen 10 jaar en van koop naar huur gegaan. We zijn getrouwd! Lena is van schattige peuter naar zelfbewuste, zelfstandige, lieve middelbare-school-puber gegroeid. En, ook niet onbelangrijk: had ik in 2009 misschien alles bij elkaar anderhalf liedje zelf geschreven, nu heb ik het mogen meemaken dat ik (samen met Elles) onze zelfgeschreven nummers in Engeland en Duitsland heb kunnen spelen.

Maar de voor altijd grootste levensgebeurtenis, die nog steeds een enorme impact op ons dagelijks leven heeft, is natuurlijk de geboorte en het overlijden van Maria. Eigenlijk stonden de eerste twee-en-een-half jaar van de jaren 10 in het teken van vechten voor en met Maria, de laatste zeven-en-een-half jaar voor het overgrote deel in het wennen aan of leren leven met ons bestaan zonder haar.

Het heeft niet zoveel zin om me af te vragen hoe ons leven er uit zou zien als Maria over 2 maanden ‘gewoon’ haar 10e verjaardag zou kunnen vieren. Toch schieten gedachten in die richting veelvuldig door mijn hoofd. Als we met z’n drietjes aan tafel zitten, bijvoorbeeld. Of op vakantie zijn. Of als Lena haar eerste middelbare school-gala heeft en in vol ornaat de trap af komt. Steeds het besef dat het anders had moeten zijn, dat het niet klopt, niet compleet is. Wanneer Heleen, samen met haar zussen, haar ouders ondersteunt in wat de laatste maanden van haar vader zullen zijn, besef ik me dat Lena er straks alleen voor staat wanneer Heleen en ik die hulp nodig hebben. Steeds dat besef: het klopt niet.

Ook zullen we nooit antwoord krijgen op de vraag of alle mooie dingen die de afgelopen 10 jaar ook gebeurd zijn, ook zonder het verlies van Maria gebeurd zouden zijn. Voor veel van die gebeurtenissen denk ik dat eigenlijk wel. Alleen is alles wel wat sneller gegaan. Als je het ergst denkbare hebt meegemaakt, is het niet meer zo eng om je baan op te zeggen. Maar bovenal ben ik trots op hoe Heleen, Lena en ik ons door dit decennium hebben geslagen, de groei die we doorgemaakt hebben en de liefde die we voor elkaar voelen. Voor de jaren 20 kan ik alleen wensen dat we hiermee doorgaan. En dat het soms allemaal wat makkelijker gaat.

Fijne, gelukkige en gezonde 20’s allemaal!

From hero to zero

Juni 1988. De stad stond op z’n kop. Oranje had zojuist de finale van het EK bereikt door gastland (West) Duitsland te verslaan. Jaren opgekropte frustratie kwam los, van de oorlog tot de verloren WK finale in 1974. Een van Arnhems zwervers, we noemden hem de Rode Bochel, was ook blij. “Freddy Heineken is oké!” riep hij. En: “Marco van Basten is een held!”

We waren het roerend eens.

Afgelopen week was Marco van Basten niet meer een held. Hij dacht even lollig te zijn door “Sieg Heil” te roepen na een interview met een Duitse trainer. Juist in een week waarin de voetbalwereld een statement tegen racisme maakte. Zoals dat heet: Twitter ontplofte, de misser van Marco ging viral. Hij moest van de buis af, ontslagen worden door Fox want voor dit soort pannenkoeken was geen plaats. Weg met die man.

From hero to zero.

Ik heb het al eerder gehad over vertrouwen, of het gebrek er aan. Het vertrouwen dat mensen niet gelijk iets heel ergs bedoelen als ze iets zeggen dat als heel erg opgevat kan worden. Het vertrouwen dat iets ook een ongelukkig misverstand kan zijn in plaats van boze opzet.

Na de Misser van Marco dacht ik ook na over vergeving. Wat mij betreft een prachtig idee dat mensen een tweede kans gunt. Of misschien wel een derde. Ons rechtssysteem is er mede op gebaseerd. Vaak wordt het vergeven van iemand als een zwaktebod gezien, terwijl ik juist denk dat het enorm krachtig is wanneer je iemand oprecht kan vergeven voor een gemaakte fout.

Het zou fijn zijn wanneer we elkaar wat vaker zouden vergeven voor fouten, blunders of missers die we nu eenmaal allemaal maken. Fijn voor de ander maar ook zeker voor onszelf. Want:

To forgive is to set a prisoner free and discover that the prisoner was you. (Lewis B. Smedes)

En als ik aan de Misser van Marco denk, denk ik toch vooral aan deze. En het spijt me, maar ik weet niet of ik hem daar al voor kan vergeven…

The Freeze

De laatste tijd luister ik regelmatig podcasts. Tijdens het sporten, zodat ik het motto “een gezonde geest in een gezond lichaam” aan beide kanten aanpak. Soort van.

Onlangs heb ik kennis gemaakt met de Amerikaanse punkband The Freeze. Volgens Rob -een van de oprichters- een 4e rangs punkbandje, opgericht in de jaren 80. Rob is halverwege de jaren 80 uit de band gestapt en is nu leraar. Zijn beste vriend van vroeger, Cliff, is nog steeds de zanger van The Freeze.

The Freeze wil een verzamel-CD uitbrengen en vraagt Rob om de ‘liner notes’, de teksten in het boekje, te schrijven. Nu is een van de nummers op de CD hun debuutsingle “I hate tourists”, een nummer waarvoor Rob, ondertussen vader van 2 dochters, zich inmiddels kapot schaamt vanwege de nogal vrouwonvriendelijke tekst. Hij twijfelt of hij wel mee wil werken aan de teksten bij de CD en besluit Cliff op te zoeken. De discussie die ontstaat is een actuele: hoe bezie je de geschiedenis in het licht van nu? En wat zou je er mee moeten doen?

Hier kun je de podcast luisteren, dus ik zal er niet te veel over zeggen. Maar ik vind het een interessante en moeilijke afweging. Is het terecht om muziek, kunst, uit een andere tijd te beoordelen naar de huidige culturele maatstaven? De helft van de rockbands uit de jaren 70 kan wel inpakken dan, qua vrouwonvriendelijkheid. Of is het een kwestie van dichterlijke vrijheid? En moet je teksten in een nummer meer vergelijken met een roman? Net zoals Stephen King ook niet verantwoordelijk wordt gehouden voor alle moord en doodslag in zijn boeken?

Of houden bijvoorbeeld vrouwonvriendelijke teksten juist een wereldbeeld in stand dat vrouwen objectiveert en is het daarom terecht dat rappers als Boef hierop aangesproken worden? Moet je onderscheid maken tussen de kunst en de (gedragingen van de) artiest zelf? (de helft van de bands uit de jaren 70…) En als die artiest dan de fout in gaat, wat zegt dat dan over zijn of haar muziek? Is Thriller nu we (denken te) weten dat Michael een viespeuk was nu geen fantastisch album meer?

En hoe ver mag of moet je dan gaan om te laten zien dat je je, als maatschappij, als mens, bewust bent van de context waarin die muziek of kunst gemaakt is? Michael Jackson wordt nog steeds gedraaid, R. Kelly is van Spotify gehaald. House of Cards is nog te zien, maar het laatste seizoen is opnieuw opgenomen om Kevin Spacey eruit te laten. De Cosby-show is nergens te bekennen.

En deze discussie houdt niet op bij individuele artiesten. Herhalingen van “The Dukes of Hazzard” zijn door een Amerikaanse zender gestopt vanwege het vertonen van de ‘Confederate Flag’. De term “Gouden Eeuw” wordt door het Amsterdam Museum niet meer gebruikt, omdat deze periode niet voor iedereen ‘goud’ was.

Ondertussen is het Zwarte Piet-seizoen in volle gang, dit jaar spannender dan ooit. De tijd van met elkaar praten lijkt voorbij, om over luisteren maar te zwijgen. En ik denk dat zowel pro- als anti-Pieten iets kunnen leren van de reactie van de dochter van de bassist van The Freeze die het nummer uiteindelijk (ondanks pogingen van haar vader om dat te voorkomen) toch hoort: aan de ene kant volledig ongepast in deze tijd, maar ook speels en ‘fun’. “I don’t take it seriously. It’s a good song”. Om vervolgens vast te stellen dat ze er ook op die manier naar kan kijken, omdat zij zowel de context waarin het nummer ontstaan is als de schrijver ervan kent. Iemand zonder die kennis zou zich zomaar wel aangevallen of bedreigd kunnen voelen.

Het begint dus bij luisteren. Bij interesse in de ‘andere’ kant. Om elkaars context, elkaars verhaal te leren kennen. En dan komt het wel goed.

The Freeze bestaat trouwens nog steeds en heeft dit jaar weer een nieuwe plaat uitgebracht; ‘Calling all Creatures’.


Terugblikken

Opeens kwam het binnen. Ik zat een biertje te drinken met Elles en Miles Showell, de man die het album van Elles heeft gemasterd. In de kantine van Abbey Road Studios. Abbey Road Studios. Waar de meeste Beatles-liedjes zijn opgenomen, samen met ontelbaar andere klassiekers uit de muziekgeschiedenis. Heilige grond, wat mij betreft.

En ik zag mezelf zitten en mijn gedachten gingen naar Maria. En ik wist zeker dat zij op dat moment meekeek, net zoals ik zeker wist dat zonder haar ik hier nooit gezeten zou hebben. En dit besef gaf een mooie, diep emotionele, extra lading aan een toch al prachtige avond als afsluiting van een eveneens prachtig weekend.

Een weekend waarin we, net als vorig jaar, onze liedjes mochten spelen op de audiobeurs in London, bij onze vrienden van het Vertere-label. Nog steeds is er een deel van mij dat niet goed kan bevatten wat er allemaal op mijn/ons pad komt.

En nu 2018 op zijn eind loopt, ga je als vanzelf terugkijken en de balans opmaken. En wat een balans…

Ga maar na: optreden in Schotland op het Butesong festival, op de trouwdag van Heleen en mij en de geboortedag van Maria, waardoor we niet anders konden dan ook Heleen, Lena, Martin en Mick mee te nemen. Wat een prachtig weekend was dat!

Dan in mei naar München, waar ik al eerder over schreef en we zoveel mooie reacties kregen. In diezelfde maand komen onze vrienden van Vertere en de band CAEZAR over naar Nederland om met ons een mini-toertje te doen. En als ik zeg “vrienden van Vetere”, bedoel ik dat letterlijk. Ashley heeft in augustus een paar dagen bij mij gelogeerd (helaas mislukte de koppelpoging die wij in gedachten hadden) en een paar weken later waren hij en Joe onze “crew” toen we het voorprogramma mochten verzorgen voor Gretchen Peters. Om in september elkaar weer te zien bij het Festival of Sound in Londen, met als uitsmijter het genoemde bezoekje aan Abbey Road.

En dan nog: een pracht avond bij Muziek bij de Molen (we komen volgend jaar graag terug!), een mooie, emotionele Allerzielen-avond en begin december de eerste Muziek bij de Buren in Elst met 4 keer een volle studio. En als slot op het muziekjaar de lancering van onze single “Only Love” bij Omroep Gelderland.

En 2018 was natuurlijk ook het jaar waarin Lena afzwaaide van de basisschool en een goede start maakt op de middelbare. Zo trots op haar!

Maar ook was 2018 een jaar waarin Heleen en ik opnieuw op zoek zijn en blijven naar balans, naar energie en naar onbezorgdheid. Iedere keer word ik weer geconfronteerd met het feit dat er een versie van mij is van “voor Maria” en en versie van “na Maria” is. En alhoewel ik heel blij ben met de keuzes die ik gemaakt heb, de weg die ik ben ingeslagen en wat het mij brengt, zou ik af en toe wel weer de energie en onbekommerdheid van m’n “oude ik” hebben.

Kortom; life goes on, met al zijn ups en downs. Het is goed en fijn om af en toe eens terug te kijken vooral wanneer dat met dankbaarheid kan. Maar niet te lang, want er worden al weer nieuwe plannen gesmeed.

Lieve mensen, bedankt voor jullie liefde, steun en aandacht. Wees lief voor elkaar en see you all in 2019!

Songfestival

Het is 2013. Ik zit met goede vriend Ralph een weekendje in een huisje in Twente om wat songs te schrijven, of in ieder geval een poging te wagen. Een van de nummers die we proberen op te nemen is “Blame”, een liedje waar ik al in de “WKZ-tijd” mee begonnen ben. Het liedje gaat over verlies en tegenslag en dat het meestal helemaal niet zo interessant, laat staan helpend is om de schuld bij iemand neer te leggen. Op zaterdag kijken we het Songfestival, ik weet eigenlijk ook niet meer waarom. Maar we waren allebei diep onder de indruk van Anouk, die toen voor Nederland meedeed.

Afgelopen weekend. Ik kijk weer naar het Songfestival. Nu met Elles. Ook een weekendje weg. In Munchen. We zijn door Vertere en FM Acoustics gevraagd om op een hifi-evenement te spelen en om daar onze eigen nummers te laten horen, die door Vertere op vinyl zijn uitgebracht. Een van de nummers die we spelen is “Blame”. We dragen het lied op aan Maria en Elles vertelt waar het over gaat. Het is muisstil in de zaal wanneer we het spelen. Elke keer weer.

Het is bizar. Dat zeggen we vaak tegen elkaar dit weekend. Wie had ooit gedacht dat we, door liedjes te schrijven over ons leven, liedjes die uit ons hart komen, hier terecht zouden komen? Dat we zoveel zulke toffe mensen leren kennen? En dat zoveel mensen geraakt worden door de muziek die we maken? Ik merk, een paar dagen later, dat het me niet goed lukt om de woorden te vinden. Er gaan ook teveel verschillende dingen door m’n hoofd. Dankbaarheid voor deze kans om ons verhaal te vertellen. Dankbaarheid voor de kans om Maria dichtbij te houden. Blijdschap om de verhalen en de humor van de mensen die ik ontmoet. Liefde voor Heleen en Lena, die mij dit zo gunnen. Voor Elles, die een extra dimensie aan onze liedjes geeft en steeds weer het juiste gevoel kan overbrengen. Trots, dat we zoiets kunnen bereiken. En verwondering, want: het is bizar.

R.E.S.P.E.C.T.

Afgelopen week is Tim Knol boos de studio uitgelopen bij Giel Beelen. Het leek Giel grappig om tijdens dat Tim een nummer speelde, een stripper in de studio los te laten. Datzelfde grapje had een collega van Giel uitgehaald bij zangeres Maan, die daar enorm van geschrokken was. Tim had daar iets van gevonden en Giel vond dat Tim zich aanstelde. Vandaag kon Giel dus Tim laten zien hoe leuk dat grapje eigenlijk was. Eerlijk gezegd heb ik het hele fragment niet gezien. Op een of andere manier kan ik me er niet toe zetten om Giel Beelen op welke manier dan ook extra aandacht te geven. (En toch heb ik alweer zes keer z’n naam getypt. Lekker dan.) Bovenstaande samenvatting heb ik geheel uit de reacties op social media opgemaakt. Het woord “respect” kwam vaak voor. Voor de manier waarop Tim Knol reageerde en voor het gebrek eraan wat hem ten deel was gevallen.

Het gebrek aan respect voor een muzikant die gratis in jouw programma een liedje komt spelen. En het klopt; we hebben in Nederland weinig respect voor muzikanten die hun (eigen) nummers uitvoeren. Het minuutje van dwdd is berucht (al zijn ze daar wel van afgestapt). Ik herinner me een optreden van Queens of the Stone Age waarbij de band een minuut mocht spelen nadat er door gasten aan tafel eerst 10 minuten was gekletst over hoe goed en relevant deze band wel niet was. I rest my case.

Tegenwoordig heb je meer kans om in dwdd muziek te mogen maken als je op een of andere manier een cover kan doen dan met een eigen lied. Bij de “American Recordings ” of het “Nederlands songboek” komen verschillende artiesten een cover doen, eigen werk is nog maar aan enkelen voorbehouden. (En dan mág Waylon een hele week lang iedere avond een eigen lied spelen, blijkt er tóch een cover tussen te zitten!)

In het eerder genoemde radioprogramma mag je dan nog wel eigen werk spelen. Op voorwaarde dat je ook een cover doet. Nu heb ik niks tegen het spelen van covers, maar waarom op die manier zo nadrukkelijk kiezen voor de makkelijke en bekende weg? Ander voorbeeld: in Arnhem is cafe Dollars al jaren hét cafe voor live-muziek. Iedere week weer met dezelfde coverbands, al dan niet in sessievorm. Ik kan me niet heugen dat er ooit een band is geboekt met eigen werk.

En áls er dan een bandje ergens zijn ziel en zaligheid over het publiek mag uitstorten, wordt er enthousiast doorheen gekletst. Er worden al Lul-niet-lolly’s uitgedeeld bij concerten.

Wij als publiek zijn dus net zo respectloos. Het lijkt alsof we niet meer erkennen en herkennen welke passie, welke emotie en welk vakmanschap er nodig is om een lied of een album te maken. Muziek is zo makkelijk en overal beschikbaar tegenwoordig, dat het creatieve proces te veel naar de achtergrond is verdwenen. En hierdoor verliezen we de kunst om er van te genieten.

Ik lees dat, om de luisteraar op bijvoorbeeld Spotify binnen te houden, je 30 seconden hebt om je refrein of je punt te maken. 30 seconden! Dat is nog voor het 2e couplet van Bohemian Rhapsody, om over het opera-gedeelte nog maar te zwijgen. Bij “When Doves Cry” van Prince is de goede man nog geeneens begonnen met zingen! Zelfs Johnny Cash is nog niet aan het refrein van “Ring of Fire” toegekomen bij seconde nummer 30.

Voor mij gaat muziek over het vertellen van verhalen. En die verhalen verdienen het om goed en zorgvuldig verteld te worden. En ze verdienen het ook om goed en zorgvuldig beluisterd te worden. En ik wil hier helemaal geen discussie beginnen over geluidskwaliteit maar mensen, gun die mooie liedjes toch ook een mooi geluid. Dus koop die cd of dat vinyl, zet ‘m op, ga lekker zitten (leg je telefoon ff weg) en laat je meevoeren door het verhaal!