Terugblikken XL

Zo, de kerst overleefd en genieten van een paar rustige laatste dagen van 2019. Mooi moment om even stil te staan bij het afgelopen jaar, normaal gesproken. Toch doe ik dat niet. Wat wel door me heen gaat de afgelopen dagen, is hoeveel er voor mij, voor ons, veranderd is in het afgelopen decennium. De jaren 10, zoals ze in de media genoemd worden deze dagen.

In 2009 werkte ik nog bij de bank, nu in de zorgsector. Minder goedbetaald, maar met veel meer voldoening. We zijn 2 keer verhuisd in de afgelopen 10 jaar en van koop naar huur gegaan. We zijn getrouwd! Lena is van schattige peuter naar zelfbewuste, zelfstandige, lieve middelbare-school-puber gegroeid. En, ook niet onbelangrijk: had ik in 2009 misschien alles bij elkaar anderhalf liedje zelf geschreven, nu heb ik het mogen meemaken dat ik (samen met Elles) onze zelfgeschreven nummers in Engeland en Duitsland heb kunnen spelen.

Maar de voor altijd grootste levensgebeurtenis, die nog steeds een enorme impact op ons dagelijks leven heeft, is natuurlijk de geboorte en het overlijden van Maria. Eigenlijk stonden de eerste twee-en-een-half jaar van de jaren 10 in het teken van vechten voor en met Maria, de laatste zeven-en-een-half jaar voor het overgrote deel in het wennen aan of leren leven met ons bestaan zonder haar.

Het heeft niet zoveel zin om me af te vragen hoe ons leven er uit zou zien als Maria over 2 maanden ‘gewoon’ haar 10e verjaardag zou kunnen vieren. Toch schieten gedachten in die richting veelvuldig door mijn hoofd. Als we met z’n drietjes aan tafel zitten, bijvoorbeeld. Of op vakantie zijn. Of als Lena haar eerste middelbare school-gala heeft en in vol ornaat de trap af komt. Steeds het besef dat het anders had moeten zijn, dat het niet klopt, niet compleet is. Wanneer Heleen, samen met haar zussen, haar ouders ondersteunt in wat de laatste maanden van haar vader zullen zijn, besef ik me dat Lena er straks alleen voor staat wanneer Heleen en ik die hulp nodig hebben. Steeds dat besef: het klopt niet.

Ook zullen we nooit antwoord krijgen op de vraag of alle mooie dingen die de afgelopen 10 jaar ook gebeurd zijn, ook zonder het verlies van Maria gebeurd zouden zijn. Voor veel van die gebeurtenissen denk ik dat eigenlijk wel. Alleen is alles wel wat sneller gegaan. Als je het ergst denkbare hebt meegemaakt, is het niet meer zo eng om je baan op te zeggen. Maar bovenal ben ik trots op hoe Heleen, Lena en ik ons door dit decennium hebben geslagen, de groei die we doorgemaakt hebben en de liefde die we voor elkaar voelen. Voor de jaren 20 kan ik alleen wensen dat we hiermee doorgaan. En dat het soms allemaal wat makkelijker gaat.

Fijne, gelukkige en gezonde 20’s allemaal!

From hero to zero

Juni 1988. De stad stond op z’n kop. Oranje had zojuist de finale van het EK bereikt door gastland (West) Duitsland te verslaan. Jaren opgekropte frustratie kwam los, van de oorlog tot de verloren WK finale in 1974. Een van Arnhems zwervers, we noemden hem de Rode Bochel, was ook blij. “Freddy Heineken is oké!” riep hij. En: “Marco van Basten is een held!”

We waren het roerend eens.

Afgelopen week was Marco van Basten niet meer een held. Hij dacht even lollig te zijn door “Sieg Heil” te roepen na een interview met een Duitse trainer. Juist in een week waarin de voetbalwereld een statement tegen racisme maakte. Zoals dat heet: Twitter ontplofte, de misser van Marco ging viral. Hij moest van de buis af, ontslagen worden door Fox want voor dit soort pannenkoeken was geen plaats. Weg met die man.

From hero to zero.

Ik heb het al eerder gehad over vertrouwen, of het gebrek er aan. Het vertrouwen dat mensen niet gelijk iets heel ergs bedoelen als ze iets zeggen dat als heel erg opgevat kan worden. Het vertrouwen dat iets ook een ongelukkig misverstand kan zijn in plaats van boze opzet.

Na de Misser van Marco dacht ik ook na over vergeving. Wat mij betreft een prachtig idee dat mensen een tweede kans gunt. Of misschien wel een derde. Ons rechtssysteem is er mede op gebaseerd. Vaak wordt het vergeven van iemand als een zwaktebod gezien, terwijl ik juist denk dat het enorm krachtig is wanneer je iemand oprecht kan vergeven voor een gemaakte fout.

Het zou fijn zijn wanneer we elkaar wat vaker zouden vergeven voor fouten, blunders of missers die we nu eenmaal allemaal maken. Fijn voor de ander maar ook zeker voor onszelf. Want:

To forgive is to set a prisoner free and discover that the prisoner was you. (Lewis B. Smedes)

En als ik aan de Misser van Marco denk, denk ik toch vooral aan deze. En het spijt me, maar ik weet niet of ik hem daar al voor kan vergeven…

The Freeze

De laatste tijd luister ik regelmatig podcasts. Tijdens het sporten, zodat ik het motto “een gezonde geest in een gezond lichaam” aan beide kanten aanpak. Soort van.

Onlangs heb ik kennis gemaakt met de Amerikaanse punkband The Freeze. Volgens Rob -een van de oprichters- een 4e rangs punkbandje, opgericht in de jaren 80. Rob is halverwege de jaren 80 uit de band gestapt en is nu leraar. Zijn beste vriend van vroeger, Cliff, is nog steeds de zanger van The Freeze.

The Freeze wil een verzamel-CD uitbrengen en vraagt Rob om de ‘liner notes’, de teksten in het boekje, te schrijven. Nu is een van de nummers op de CD hun debuutsingle “I hate tourists”, een nummer waarvoor Rob, ondertussen vader van 2 dochters, zich inmiddels kapot schaamt vanwege de nogal vrouwonvriendelijke tekst. Hij twijfelt of hij wel mee wil werken aan de teksten bij de CD en besluit Cliff op te zoeken. De discussie die ontstaat is een actuele: hoe bezie je de geschiedenis in het licht van nu? En wat zou je er mee moeten doen?

Hier kun je de podcast luisteren, dus ik zal er niet te veel over zeggen. Maar ik vind het een interessante en moeilijke afweging. Is het terecht om muziek, kunst, uit een andere tijd te beoordelen naar de huidige culturele maatstaven? De helft van de rockbands uit de jaren 70 kan wel inpakken dan, qua vrouwonvriendelijkheid. Of is het een kwestie van dichterlijke vrijheid? En moet je teksten in een nummer meer vergelijken met een roman? Net zoals Stephen King ook niet verantwoordelijk wordt gehouden voor alle moord en doodslag in zijn boeken?

Of houden bijvoorbeeld vrouwonvriendelijke teksten juist een wereldbeeld in stand dat vrouwen objectiveert en is het daarom terecht dat rappers als Boef hierop aangesproken worden? Moet je onderscheid maken tussen de kunst en de (gedragingen van de) artiest zelf? (de helft van de bands uit de jaren 70…) En als die artiest dan de fout in gaat, wat zegt dat dan over zijn of haar muziek? Is Thriller nu we (denken te) weten dat Michael een viespeuk was nu geen fantastisch album meer?

En hoe ver mag of moet je dan gaan om te laten zien dat je je, als maatschappij, als mens, bewust bent van de context waarin die muziek of kunst gemaakt is? Michael Jackson wordt nog steeds gedraaid, R. Kelly is van Spotify gehaald. House of Cards is nog te zien, maar het laatste seizoen is opnieuw opgenomen om Kevin Spacey eruit te laten. De Cosby-show is nergens te bekennen.

En deze discussie houdt niet op bij individuele artiesten. Herhalingen van “The Dukes of Hazzard” zijn door een Amerikaanse zender gestopt vanwege het vertonen van de ‘Confederate Flag’. De term “Gouden Eeuw” wordt door het Amsterdam Museum niet meer gebruikt, omdat deze periode niet voor iedereen ‘goud’ was.

Ondertussen is het Zwarte Piet-seizoen in volle gang, dit jaar spannender dan ooit. De tijd van met elkaar praten lijkt voorbij, om over luisteren maar te zwijgen. En ik denk dat zowel pro- als anti-Pieten iets kunnen leren van de reactie van de dochter van de bassist van The Freeze die het nummer uiteindelijk (ondanks pogingen van haar vader om dat te voorkomen) toch hoort: aan de ene kant volledig ongepast in deze tijd, maar ook speels en ‘fun’. “I don’t take it seriously. It’s a good song”. Om vervolgens vast te stellen dat ze er ook op die manier naar kan kijken, omdat zij zowel de context waarin het nummer ontstaan is als de schrijver ervan kent. Iemand zonder die kennis zou zich zomaar wel aangevallen of bedreigd kunnen voelen.

Het begint dus bij luisteren. Bij interesse in de ‘andere’ kant. Om elkaars context, elkaars verhaal te leren kennen. En dan komt het wel goed.

The Freeze bestaat trouwens nog steeds en heeft dit jaar weer een nieuwe plaat uitgebracht; ‘Calling all Creatures’.


Terugblikken

Opeens kwam het binnen. Ik zat een biertje te drinken met Elles en Miles Showell, de man die het album van Elles heeft gemasterd. In de kantine van Abbey Road Studios. Abbey Road Studios. Waar de meeste Beatles-liedjes zijn opgenomen, samen met ontelbaar andere klassiekers uit de muziekgeschiedenis. Heilige grond, wat mij betreft.

En ik zag mezelf zitten en mijn gedachten gingen naar Maria. En ik wist zeker dat zij op dat moment meekeek, net zoals ik zeker wist dat zonder haar ik hier nooit gezeten zou hebben. En dit besef gaf een mooie, diep emotionele, extra lading aan een toch al prachtige avond als afsluiting van een eveneens prachtig weekend.

Een weekend waarin we, net als vorig jaar, onze liedjes mochten spelen op de audiobeurs in London, bij onze vrienden van het Vertere-label. Nog steeds is er een deel van mij dat niet goed kan bevatten wat er allemaal op mijn/ons pad komt.

En nu 2018 op zijn eind loopt, ga je als vanzelf terugkijken en de balans opmaken. En wat een balans…

Ga maar na: optreden in Schotland op het Butesong festival, op de trouwdag van Heleen en mij en de geboortedag van Maria, waardoor we niet anders konden dan ook Heleen, Lena, Martin en Mick mee te nemen. Wat een prachtig weekend was dat!

Dan in mei naar München, waar ik al eerder over schreef en we zoveel mooie reacties kregen. In diezelfde maand komen onze vrienden van Vertere en de band CAEZAR over naar Nederland om met ons een mini-toertje te doen. En als ik zeg “vrienden van Vetere”, bedoel ik dat letterlijk. Ashley heeft in augustus een paar dagen bij mij gelogeerd (helaas mislukte de koppelpoging die wij in gedachten hadden) en een paar weken later waren hij en Joe onze “crew” toen we het voorprogramma mochten verzorgen voor Gretchen Peters. Om in september elkaar weer te zien bij het Festival of Sound in Londen, met als uitsmijter het genoemde bezoekje aan Abbey Road.

En dan nog: een pracht avond bij Muziek bij de Molen (we komen volgend jaar graag terug!), een mooie, emotionele Allerzielen-avond en begin december de eerste Muziek bij de Buren in Elst met 4 keer een volle studio. En als slot op het muziekjaar de lancering van onze single “Only Love” bij Omroep Gelderland.

En 2018 was natuurlijk ook het jaar waarin Lena afzwaaide van de basisschool en een goede start maakt op de middelbare. Zo trots op haar!

Maar ook was 2018 een jaar waarin Heleen en ik opnieuw op zoek zijn en blijven naar balans, naar energie en naar onbezorgdheid. Iedere keer word ik weer geconfronteerd met het feit dat er een versie van mij is van “voor Maria” en en versie van “na Maria” is. En alhoewel ik heel blij ben met de keuzes die ik gemaakt heb, de weg die ik ben ingeslagen en wat het mij brengt, zou ik af en toe wel weer de energie en onbekommerdheid van m’n “oude ik” hebben.

Kortom; life goes on, met al zijn ups en downs. Het is goed en fijn om af en toe eens terug te kijken vooral wanneer dat met dankbaarheid kan. Maar niet te lang, want er worden al weer nieuwe plannen gesmeed.

Lieve mensen, bedankt voor jullie liefde, steun en aandacht. Wees lief voor elkaar en see you all in 2019!

Songfestival

Het is 2013. Ik zit met goede vriend Ralph een weekendje in een huisje in Twente om wat songs te schrijven, of in ieder geval een poging te wagen. Een van de nummers die we proberen op te nemen is “Blame”, een liedje waar ik al in de “WKZ-tijd” mee begonnen ben. Het liedje gaat over verlies en tegenslag en dat het meestal helemaal niet zo interessant, laat staan helpend is om de schuld bij iemand neer te leggen. Op zaterdag kijken we het Songfestival, ik weet eigenlijk ook niet meer waarom. Maar we waren allebei diep onder de indruk van Anouk, die toen voor Nederland meedeed.

Afgelopen weekend. Ik kijk weer naar het Songfestival. Nu met Elles. Ook een weekendje weg. In Munchen. We zijn door Vertere en FM Acoustics gevraagd om op een hifi-evenement te spelen en om daar onze eigen nummers te laten horen, die door Vertere op vinyl zijn uitgebracht. Een van de nummers die we spelen is “Blame”. We dragen het lied op aan Maria en Elles vertelt waar het over gaat. Het is muisstil in de zaal wanneer we het spelen. Elke keer weer.

Het is bizar. Dat zeggen we vaak tegen elkaar dit weekend. Wie had ooit gedacht dat we, door liedjes te schrijven over ons leven, liedjes die uit ons hart komen, hier terecht zouden komen? Dat we zoveel zulke toffe mensen leren kennen? En dat zoveel mensen geraakt worden door de muziek die we maken? Ik merk, een paar dagen later, dat het me niet goed lukt om de woorden te vinden. Er gaan ook teveel verschillende dingen door m’n hoofd. Dankbaarheid voor deze kans om ons verhaal te vertellen. Dankbaarheid voor de kans om Maria dichtbij te houden. Blijdschap om de verhalen en de humor van de mensen die ik ontmoet. Liefde voor Heleen en Lena, die mij dit zo gunnen. Voor Elles, die een extra dimensie aan onze liedjes geeft en steeds weer het juiste gevoel kan overbrengen. Trots, dat we zoiets kunnen bereiken. En verwondering, want: het is bizar.

R.E.S.P.E.C.T.

Afgelopen week is Tim Knol boos de studio uitgelopen bij Giel Beelen. Het leek Giel grappig om tijdens dat Tim een nummer speelde, een stripper in de studio los te laten. Datzelfde grapje had een collega van Giel uitgehaald bij zangeres Maan, die daar enorm van geschrokken was. Tim had daar iets van gevonden en Giel vond dat Tim zich aanstelde. Vandaag kon Giel dus Tim laten zien hoe leuk dat grapje eigenlijk was. Eerlijk gezegd heb ik het hele fragment niet gezien. Op een of andere manier kan ik me er niet toe zetten om Giel Beelen op welke manier dan ook extra aandacht te geven. (En toch heb ik alweer zes keer z’n naam getypt. Lekker dan.) Bovenstaande samenvatting heb ik geheel uit de reacties op social media opgemaakt. Het woord “respect” kwam vaak voor. Voor de manier waarop Tim Knol reageerde en voor het gebrek eraan wat hem ten deel was gevallen.

Het gebrek aan respect voor een muzikant die gratis in jouw programma een liedje komt spelen. En het klopt; we hebben in Nederland weinig respect voor muzikanten die hun (eigen) nummers uitvoeren. Het minuutje van dwdd is berucht (al zijn ze daar wel van afgestapt). Ik herinner me een optreden van Queens of the Stone Age waarbij de band een minuut mocht spelen nadat er door gasten aan tafel eerst 10 minuten was gekletst over hoe goed en relevant deze band wel niet was. I rest my case.

Tegenwoordig heb je meer kans om in dwdd muziek te mogen maken als je op een of andere manier een cover kan doen dan met een eigen lied. Bij de “American Recordings ” of het “Nederlands songboek” komen verschillende artiesten een cover doen, eigen werk is nog maar aan enkelen voorbehouden. (En dan mág Waylon een hele week lang iedere avond een eigen lied spelen, blijkt er tóch een cover tussen te zitten!)

In het eerder genoemde radioprogramma mag je dan nog wel eigen werk spelen. Op voorwaarde dat je ook een cover doet. Nu heb ik niks tegen het spelen van covers, maar waarom op die manier zo nadrukkelijk kiezen voor de makkelijke en bekende weg? Ander voorbeeld: in Arnhem is cafe Dollars al jaren hét cafe voor live-muziek. Iedere week weer met dezelfde coverbands, al dan niet in sessievorm. Ik kan me niet heugen dat er ooit een band is geboekt met eigen werk.

En áls er dan een bandje ergens zijn ziel en zaligheid over het publiek mag uitstorten, wordt er enthousiast doorheen gekletst. Er worden al Lul-niet-lolly’s uitgedeeld bij concerten.

Wij als publiek zijn dus net zo respectloos. Het lijkt alsof we niet meer erkennen en herkennen welke passie, welke emotie en welk vakmanschap er nodig is om een lied of een album te maken. Muziek is zo makkelijk en overal beschikbaar tegenwoordig, dat het creatieve proces te veel naar de achtergrond is verdwenen. En hierdoor verliezen we de kunst om er van te genieten.

Ik lees dat, om de luisteraar op bijvoorbeeld Spotify binnen te houden, je 30 seconden hebt om je refrein of je punt te maken. 30 seconden! Dat is nog voor het 2e couplet van Bohemian Rhapsody, om over het opera-gedeelte nog maar te zwijgen. Bij “When Doves Cry” van Prince is de goede man nog geeneens begonnen met zingen! Zelfs Johnny Cash is nog niet aan het refrein van “Ring of Fire” toegekomen bij seconde nummer 30.

Voor mij gaat muziek over het vertellen van verhalen. En die verhalen verdienen het om goed en zorgvuldig verteld te worden. En ze verdienen het ook om goed en zorgvuldig beluisterd te worden. En ik wil hier helemaal geen discussie beginnen over geluidskwaliteit maar mensen, gun die mooie liedjes toch ook een mooi geluid. Dus koop die cd of dat vinyl, zet ‘m op, ga lekker zitten (leg je telefoon ff weg) en laat je meevoeren door het verhaal!

 

 

Cowboys en Indianen

Ik zal het maar gelijk bekennen: ik heb me wel eens verkleed als indiaantje. Vroeger, met carnaval ofzo. Gewoon, omdat ik dat leuk vond. Ik vond indianen cool, las de boeken over Arendsoog en later ook over Winnetou. Ik wist nog niet wat een racist was, maar wist al wel dat de Apaches “nobele krijgers” waren. En ik had er geen benul van dat precies dat begrip “nobele krijger” waarschijnlijk nu als institutioneel racisme wordt gezien.

Onlangs werd door Tivoli in Utrecht een kinderfeest met als thema “Het Wilde Westen” afgeblazen na een aanklacht door een actiegroep dat TivoliVredenburg afbreuk deed aan “culturen van volken die sinds 1492 slachtoffer zijn van de grootste genocide ooit”.

Tivoli „Op het moment dat dit festival leidt tot een dergelijke commotie, dan schieten wij ons doel voorbij. Daarom zullen wij een dergelijk thema niet meer kiezen voor ons kinderprogramma.”

Nu wil ik geen afbreuk doen aan het lijden van de indianenstammen in Noord Amerika (of aan het lijden van wie dan ook). Maar. Kom op!

Mensen vertrouwen niet meer in elkaars goede bedoelingen. Als we iets zien waar we het niet mee eens zijn of waardoor we ons gekwetst voelen, gaan we er gelijk van uit dat dit precies de bedoeling is van de ander. Vervolgens gaan we er met gestrekt been in, waardoor een potentieel zinnige discussie bij voorbaat kansloos is, omdat er gelijk twee kampen zijn.

Het grappige is dan wel dat vaak door de reacties van het ene kamp, juist het andere kamp bevestigd wordt in zijn standpunten. Zoals een voorstander van Zwarte Piet die roept dat Zwarte Piet helemaal niet racistisch is en als je dat niet snapt moet je maar terug naar je eigen land. Of een actiegroep die Sinterklaas met de dood bedreigt. Of een zaal aanklaagt wegens discriminatie omdat ze een Wild West-kinderfeest organiseert.

Kijk, vrijheid van meningsuiting is een fantastisch recht dat we hebben hier. Maar het is geen plicht. Het zou fijn zijn wanneer we allemaal eerst eens zouden nadenken over onze mening voordat we die op social media slingeren.

Het zijn overigens niet per se de cowboys die verantwoordelijk zijn voor de afslachting van de indianen. Cowboys, die waren vooral druk met koeien hoeden. De indianen hadden veel meer te vrezen van de legertroepen en de Amerikaanse regering. En ik heb het wel de hele tijd over indianen, maar eigenlijk klopt dat ook niet. Ze heten alleen indianen omdat Columbus dacht dat hij in Indië was.

Kunnen we toch gewoon Cowboytje en Indiaantje blijven spelen.

 

Wegkijken 2.0

Onlangs zijn we naar het Anne Frank huis geweest. Dat leek ons een goede, nuttige invulling van een vakantiedag. En dat was het ook. Ik moest daarna denken aan een aflevering uit de serie “In Europa” naar het boek van Geert Mak, over het Grote Wegkijken. Onder andere over het dorp aan de voet van de heuvel waar kamp Buchenwald op lag. De inwoners hadden naar eigen zeggen geen idee wat er zich daar afgespeeld had en werden door de geallieerden gedwongen er naar toe te gaan en het met eigen ogen te zien. Beelden laten een vrolijke optocht zien, de heuvel op. Alsof het een schoolreisje is. In het kamp is van die vrolijkheid niks meer over. Hadden die mensen echt geen idee of hebben ze er voor gekozen om het niet te zien? 

Nooit meer fascisme. Dat dacht ik tenminste.

Dan afgelopen weekend. Een groep bezorgde burgers/boze witte mannen/rechts extremisten/neo nazis/kansloze losers demonstreert in Charlottesville tegen het verwijderen van een standbeeld van Robert E. Lee, een zuidelijke generaal die symbool staat voor het verzet van de zuidelijke staten van Amerika tegen de afschaffing van de slavernij. En tevens de naamgever van de auto van de Dukes of Hazard, maar dat terzijde.

Ze lopen Hitler-groetend in het rond en scanderen leuzen als “you will not replace us”, ” Heil Trump” en “Blood and soil” (naar de oud-Duitse hit Blut und Boden). Er valt zelfs een dode wanneer een van de nazis op een tegendemonstratie inrijdt.

De reactie van president Trump is ongekend slap. Waar hij eerder deze week nog een grote bek heeft tegen Noord-Korea, slaagt hij er nu in om een nietszeggende reactie te geven waarin hij moeite lijkt te doen om het rechtsextremisme niet te noemen, noch te veroordelen. Extreem-rechts is hier begrijpelijkerwijs wel tevreden mee, ze voelen zich hierdoor gesteund, zo blijkt uit posts op social media.

Het is nauwelijks voor te stellen dat in Amerika, nog geen jaar nadat een zwarte president het Witte Huis heeft verlaten, extreem rechts zich kennelijk zeker genoeg voelt om in alle openheid het nazisme uit te dragen. Natuurlijk heeft het land, en zeker het zuiden ervan, een racistische geschiedenis die nog maar kort achter ons ligt, en in feite nog volop voortleeft.

Een Amerikaans probleem? Misschien wel, maar ik zie parallellen. Geert Wilders wil “Nederland weer van ons” maken. Dit lijkt wel heel erg op “you will not replace us” wat mij betreft. Ook een slogan die gemikt is op de onderbuik en een verdeling maakt tussen “wij” en “zij”. Het is mij trouwens vaak niet duidelijk wie dan “wij” en wie “zij” zijn, maar zo te zien weten “wij” dat wel.

En ook in Nederland kunnen we maar moeilijk omgaan met ons koloniale verleden. Durft iemand nog iets te zeggen over Zwarte Piet? Over de wijze waarop onze rol in de slavernij in de geschiedenisboeken aan bod komt? Misschien dan over het trieste gegeven dat een “Jan” eerder aangenomen wordt dan een “Ali” die exact hetzelfde CV heeft?

Soms lijkt het alsof we de ontwikkeling van onze maatschappij in de achteruit hebben gezet. De verdeeldheid en het wij-zij denken zijn enorm toegenomen en we vertrouwen elkaar en elkaars motieven niet meer. Opeens zijn -in 2017!- gemengde relaties weer een ding. Of worden vraagtekens gezet bij de steun voor de voetballer Nouri, omdat zijn voornaam Abdelhak “vernederlandst” is tot Appie en dat zou een ontkenning van zijn cultuur zijn, het “white washen” van een islamitische naam. Kijk, ik denk dat het goed is om kritisch te zijn en blijven, maar laten we niet op alle slakken zout leggen.

Dit alles ligt dus erg gevoelig bij veel mensen en het blijkt gevaarlijk om je over deze kwesties uit te spreken. Vraag maar aan Sylvana Simons. Voor je het weet word je op Facebook aan een boom opge-fotoshopt. De kans is in ieder geval groot dat je uitgemaakt wordt voor “deugmens”. Veelzeggend, dat er nu een scheldwoord is voor mensen die willen deugen, die het graag goed willen doen. Nee, je uitspreken is niet altijd makkelijk. Maar dat moeten we wel (blijven) doen. Want:

Afbeeldingsresultaat voor martin luther king quotes the ultimate tragedy

 

Of, in de woorden van Jason Isbell: “There’s no such thing as someone else’s war”

 

 

I always win the game I play

Toen ik in 2008 nog werkte als beleggingsadviseur heb ik vaak gezegd dat het voor een belegger dan wel hele slechte tijden waren, maar voor een beleggingsadviseur (zonder beleggingen) hele mooie. Want heel interessant. May you live in interesting times. Nou, dat wou wel.
En nu, als mediator (nou ja, niet meer geregistreerd, maar laten we zeggen als iemand in de conflicthanteerdelarij) zijn het ook weer interessante tijden. Fitties al over the place!
Bridget vs Gordon, Sylvana vs Zwarte piet, Facebook vs Sylvana, Rutte vs alles wat niet normaal is, Trump vs de wereld en deze week weer opgelaaid: Wilders vs Pechtold.
Want Geert had Photoshop ontdekt en het leek hem wel geinig om het hoofd van Pechtold in een pro-sharia demonstratie te shoppen. En het resultaat op Twitter te delen. Pechtold vond het niet zo grappig, en Jesse ook niet en Lodewijk steunde Alexander ook en zo had iedereen het toch weer over het geintje van Geert.
Niet over wat hij er eigenlijk mee had willen zeggen -wilde hij er iets mee zeggen?- of welk punt hij wilde maken. Het gaat over dat het niet kan dat een parlementariër nepnieuws, nepfoto’s, verspreidt over een andere parlementariër. En dat klopt ook. Het niveau waarop Wilders politiek meent te moeten bedrijven is van een ongekende triestheid. En net als met Trump, hoe lager hij gaat, des te beter hij het doet in de peilingen. En ik kan me heel goed voorstellen dat Pechtold dit niet onbeantwoord kan laten, wanneer hij op deze wijze persoonlijk aangevallen wordt. Maar toch bedacht ik me, toen ik het allemaal las en hoorde: het moet anders.
Ten eerste: dit werkt niet. Pechtold zei het bij Humberto Tan zelf: al 10 jaar strijd ik tegen die man. Waarop nota bene Martin Gaus iets verstandigs zei: misschien moet je het dan eens anders gaan doen.
En daar heeft hij gelijk in. De fout die Pechtold, Jesse, Lodewijk en ook Rutte maken is dat ze het spel van Geert spelen. En daar is Geert de allerbeste in. Dat win je niet.
Mijn mediation goeroe Dominique zei altijd: “I always win the game I play”. Ze bedoelt hiermee dat in conflicten je na verloop van tijd vaak alleen maar bezig bent de ander met gelijke munt terug te betalen.  Gelooft hij mij niet, dan noem ik hem een leugenaar. Accepteert hij mij niet, stoot ik hem af. Zo ontstaat een soort touwtrekwedstrijd, waarbij uiteindelijk toch de sterkste zal winnen. En in dit geval is dat Geert. De enige manier om hieruit te raken is je eigen spel te spelen. Dan win je altijd.
En ten tweede: wat zou het tof zijn wanneer politici, die allemaal zeggen te hopen op een inhoudelijke, nette campagne, zich ook niet laten verleiden tot het spelletje van Geert. Niet proberen om de headlines van morgen te halen, maar om de inhoud van volgende week te bepalen. Want ook Pechtold, Jesse, Lodewijk en Rutte hebben de verantwoordelijkheid om het politieke debat weer inhoud te geven. En wanneer we ons allemaal zorgen maken over de kracht van onze democratie, moet er ook een tegengeluid klinken. Het kan niet zijn dat een lijsttrekker -zonder plan, zonder oplossingen en zonder partij- zonder met de media te willen praten toch bepaalt waarover het in de media gaat. Dus hierbij een advies aan Pechtold, Jesse, Lodewijk en al die anderen: speel je eigen spel! Dan win je altijd! Misschien niet morgen, misschien ook niet op 15 maart, maar uiteindelijk zeker.

En weer verder!

Zo. Weer een jaar voorbij. Zal wel komen omdat ik ouder word, maar de jaren gaan steeds sneller. Het blijft een uitdaging om af en toe stil te staan: waar ben ik mee bezig? Gaat het goed? Hoe gaat het met me?

Eigenlijk is dat een van de moeilijkste vragen en tegelijk vaak zo makkelijk beantwoord: “Hoe gaat het met je?”  “Goed hoor, mag niet klagen!” (de stomste dooddoener ooit: mag niet klagen. Tuurlijk mag dat. Je schiet er niet zoveel mee op, maar het kan wel lekker opluchten. Maak er alleen geen gewoonte van.)

Maar hoe gaat het nou echt met me? Dat is vaak ook voor mijzelf, juist voor mijzelf, een moeilijke. In het najaar was ik al een tijdje niet helemaal oké. Moe, geen energie, het gevoel dat alles teveel was. Heel lang heb ik gedacht dat het met een paar avondjes vroeg naar bed wel verholpen zou zijn. Niet dus. Pas toen een paar lieve, goede vrienden geen genoegen namen met “goed hoor, mag niet klagen” viel het kwartje en zag ik hoe het met me ging.

De afgelopen anderhalf jaar zijn er zoooveel goede dingen in ons leven gebeurd: nieuw fijn werk, nieuw fijn huis, veel nieuwe mooie muziek gemaakt en een prachtig trouwfeest. In het najaar vond ook Heleen haar nieuwe weg als kraamverzorgster in opleiding, ik kreeg een vast contract bij Zorgbelang en de cd van Elles waar ik met zoveel plezier en passie aan meegewerkt heb was af. En toen… was het verdriet om Maria weer aan de beurt. Zoals mensen pas ziek worden in de vakantie, heb ik kennelijk mijn verdriet even opzijgezet om maar door te kunnen gaan. Pas toen er dingen “klaar” waren, was er weer ruimte. En verdriet pakt die ruimte vroeg of laat toch.

Het mooie is: toen ik wist hoe het met me ging, ging het gelijk beter. Of zoals me geleerd is bij de mediationopleiding: wat er mag zijn verdwijnt; wat er niet mag zijn blijft.

Dus. Een nieuw jaar. En weer verder. Maar hopelijk ook af en toe stil staan.