Scoren met een Big Mac

Tijdens mijn mediationopleiding die ik het afgelopen jaar gevolgd heb was een van de opdrachten : vragen wat mensen nu eigenlijk van je vinden. Dit leverde naast mooie, interessante gesprekken ook nuttige feedback op. Van een van de ondervraagden kreeg ik terug dat ik m’n sarcasme thuis moest laten. Ik quote: ” Het zorgt vaak voor een lach maar uiteindelijk breekt het alleen maar af.”

Het klopt. Ik hou van een grap en daar mag best een cynische, sarcastische ondertoon in zitten. Maar toen ik bovenstaand commentaar te horen kreeg, snapte ik pas wat ik daarmee doe. Lekker vanaf de zijlijn (makkelijk) scoren zonder met een constructieve bijdrage aan een gesprek of discussie te komen. Wake up call.

Begrijp me goed: van mij mag je overal grappen over maken. En een sarcastische grap kan prima dienen om een probleem te beschrijven. Kan aan het denken zetten. Maar het is te makkelijk om het daarbij te laten.

Jaren geleden had ik het met iemand over de destijds gehanteerde management-stijl binnen de bank waar ik werkte. Ik verbaasde me erover dat, wanneer iemand zijn of haar target niet dreigde te halen, enkel werd gezegd: “Je haalt het niet! Dat is onacceptabel!”. Nooit werd gevraagd naar de reden waarom je er niet goed voorstond, of werd gevraagd wat zij als leidinggevenden konden bijdragen. De redenering van mijn gesprekspartner was dat als ze dat wel zouden doen, ze onderdeel van het probleem zouden worden. En daar had men geen interesse in. Dus bleef het bij: “Dat is onacceptabel!”

En met alsmaar sarcastisch en cynisch zijn is het hetzelfde. Je blijft aan de zijlijn staan en wordt geen onderdeel van het probleem, laat staan van de oplossing. Kortom, je bent niet betrokken. En het erge is, veel mensen zijn er trots op. Het wordt een soort status-dingetje. Columniste Silvia Witteman liet zich in de Volkskrant erop voorstaan dat ze, zodra het ergens over dreigt te gaan, foute grappen gaat maken. Stel je voor, het zou eens ergens over gaan.
Teveel talking heads op de Nederlandse tv zijn op die manier bezig met het makkelijk scoren vanaf de zijlijn. De Dijkshoorns, Van der Gijpen, Derksens en Jan Mulders zijn enkel bezig met het lekker verpakken van hun mening en doen geen enkele moeite om zich te verbinden of betrokken te zijn. En het werkt; het verkoopt en de kijkcijfers zijn prima.

Alleen, ik word zo moe van al die makkelijke meninkjes. Een mening zonder betrokkenheid is als fast food: het lijkt heel wat maar voedingswaarde nul. Fast food op z’n tijd is wel lekker, maar iedereen weet dat een dieet met alleen maar Big Macs je fataal wordt. Net zoals vrijblijvende meninkjes uiteindelijk geestdodend werken. Ik begrijp dat betrokkenheid kwetsbaar maakt. En dus eng is. Maar het is zoveel waardevoller.

Ik wens daarom meer inhoud in plaats van vorm, meer betrokkenheid en minder vrijblijvendheid, meer “aanzetten tot” dan “afzetten tegen”, meer grijs dan zwart-wit, meer twijfel en minder zeker weten. En als daar een sarcastische of cynische opmerking in past, zal ík het niet laten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *