Tagarchief: maatschappij

Kip of ei

Afgelopen weken zijn opnieuw mensen slachtoffer geworden van islamistische terreuraanslagen, dit maal in Nice en Wenen. Opnieuw, want twee weken eerder werd in Parijs al de Franse leraar Samuel Paty vermoord, omdat hij het gewaagd had om Mohammed-cartoons te laten zien in een les over de vrijheid van meningsuiting.

Los van alle blijken van afschuw en medeleven, werd op social media ook de vraag gesteld waarom er nu geen wereldwijde protesten uitbraken. En inderdaad, waarom stroomt de Dam wel vol na een moord door een Amerikaanse politieagent op een zwarte Amerikaan en niet na deze aanslagen op onze vrijheden in ons eigen Europa?

Sterker nog, de enige (Nederlandse) demonstratie waarvan ik het bestaan meekreeg, was van moslim-jongeren die in Arnhem bijeen kwamen om op te komen voor Mohammed. Ik zal ze niet tegenhouden hoor, maar daar heb ik toch wat moeite mee (mijn eerste reactie was: ‘doe dat lekker in een week waarin niemand onthoofd wordt uit naam van de islam’).

Maar de reactie van deze jongeren raakt denkt ik wel de kern. Ze leggen het probleem bij de cartoons of de grappen die over hun geloof worden gemaakt. Maar het probleem is natuurlijk de reactie van een paar extremisten op die grappen en cartoons. Door hier min of meer aan voorbij te gaan en het toch weer over die, voor hen kwetsende, cartoons te hebben, laten ze zien of wekken het vermoeden dat ze de kernwaarden uit onze samenleving niet delen.

Een imam uit Amsterdam oppert in het Parool dat het beledigen van Mohammed strafbaar moet worden. Hij doet de oproep naar aanleiding van een gesprekje met een jongere uit zijn moskee die vroeg wat nu precies het verschil was tussen het aanvallen van bijvoorbeeld joden en zo’n cartoon. Dat zette hem aan het denken, zo staat in het artikel. Ik vind het verontrustend dat een imam, een geestelijk leider, zo’n jongen niet kan uitleggen wat het verschil is tussen discriminatie van echte mensen op grond van geloof en het bespotten van (een symbool van) dat geloof. En dat het verbod op godslastering hier in 2014 is opgeheven. En dat wanneer hij zich gediscrimineerd voelt op basis van zijn moslim-zijn, hij naar de rechter kan stappen. Echt, die imam had zóveel betere antwoorden kunnen geven dan het antwoord dat hij gaf.

En het is natuurlijk zo dat er, ook in Nederland, gediscrimineerd wordt op basis van afkomst of geloof. En wanneer dan de vraag gesteld wordt hoe het komt dat jongeren zodanig radicaliseren, komt dit ook als oorzaak voorbij: jonge moslims voelen zich niet geaccepteerd in de Nederlandse maatschappij en komen daarop in de invloedssfeer van salafisten.

Aan de andere kant wordt precies andersom geredeneerd: omdat moslimjongeren zich niet voegen in de Nederlandse maatschappij met zijn normen, waarden en tradities, worden zij niet geaccepteerd. Onderliggende boodschap is: als je maar ‘normaal’ doet, hoor je er echt wel bij.

De kip of het ei dus. En natuurlijk, zoals eigenlijk altijd ligt de waarheid ergens in het midden. En niet heel populaire zienswijze op dit moment, maar goed. Maar ik zou het fijn vinden als imams en andere al dan niet invloedrijke geestelijk leiders uit de moslimgemeenschap behalve de koran ook een stukje maatschappijleer gaan onderwijzen. Je kunt namelijk niet aan de ene kant dergelijke aanslagen afkeuren om vervolgens de oorzaak bij de vrijheid van meningsuiting en daarmee bij onze rechtsstaat te leggen.

Ondertussen is er, naar aanleiding van het stuk in Parool een petitie gestart om het beledigen van de profeet (en al die andere profeten en goden dan?) strafbaar te stellen. Deze is meer dan honderdduizend maal getekend. Volgens voornoemde imam laat de massale steun zien welk gevoel er onder moslims leeft: ‘Moslims voelen zich onder druk gezet, weggezet als tweederangs burgers. En dan wordt ook nog een van hun iconen beledigd.’

Volgens mij laat die steun vooral zien dat die lessen maatschappijleer hard nodig zijn. Als er tenminste nog leraren zijn die ze durven te geven.

(En dat had de laatste zin moeten zijn, toen ik dit gisteren schreef. Ondertussen bleek vandaag dat een leraar uit Rotterdam heeft moeten onderduiken vanwege bedreigingen naar aanleiding van een cartoon die in zijn lokaal hing en komt die laatste zin toch in een heel ander daglicht te staan. Nou, voor nu laat ik het hier maar bij en vraag me met Marvin Gaye af: “What’s going on?”)

Ademruimte

Het beeld van George Floyd, op de grond, met een knie van een politieagent in zijn nek, zal me nog lang bijblijven. Een grote man, onderworpen aan de politiemacht, angstig roepend dat hij pijn heeft. Roepend om zijn moeder. De politieagent blijft onverstoorbaar. Hand in z’n zak, alsof hij een wandelingetje aan het maken is. Ondertussen George Floyd de adem benemend.

Het is ondertussen een week geleden en het laat mij niet los. En met mij velen. Wereldwijd zijn er protesten uitgebroken tegen het politiegeweld in de VS dat zich te vaak op zwarte Amerikanen richt. Opnieuw blijkt dat racisme nog lang niet de lelijke kop is ingedrukt en dat we hier tegen moeten blijven strijden.

Het is triest om te zien dat de discussie in de media op dit moment meer gaat over de manier waarop die strijd gevoerd wordt, dan over het waarom van de strijd. De protesten lopen op verschillende plaatsen uit de hand met geweld en plunderingen als gevolg. Nu geloof ik niet in geweld als oplossing, maar ik realiseer me dat ik, vanuit mijn veilige (witte) positie, in dit geval misschien niet de meest relevante mening heb.

Trevor Noah, presentator van de Daily Show, heeft er wel iets zinnigs over te zeggen. Hij stelt dat we als samenleving een soort contract hebben, waarin we regels afspreken. En als je je aan die regels houdt, kun je je ontwikkelen, in je levensonderhoud voorzien en ben je veilig. Als nu precies die overheidsinstantie die jou veilig zou moeten houden, je keer op keer intimideert, bedreigt, mishandelt en vermoordt, waarom zou je je dan, als zwarte in Amerika, nog gebonden voelen aan dat contract?

In de Volkskrant wordt een demonstrant geciteerd die zegt geen medelijden te hebben met een zwarte ondernemer wiens zaak geplunderd is, want “hij is onderdeel van het systeem”. Ik vind dit een onrustbarende gedachte. Als we niet meer geloven in ons democratisch rechtssysteem, waar zijn we dan? Onze democratie is kwetsbaar, blijkt eens te meer, en voor een groot deel gebouwd op vertrouwen.

En ik snap dat dat vertrouwen verdwijnt wanneer je jaren, decennia, eeuwen, buitengesloten wordt. Ik keek naar “I am not your negro” een docu over de zwarte burgerrechtenbeweging aan de hand van een onvoltooid manuscript van James Baldwin. Wat me trof, buiten de gruwelijke beelden, is hoe weinig er eigenlijk veranderd is. In 1965 wordt ook de vraag gesteld of die protesten nog nodig zijn. De zwarte Amerikanen hebben toch kansen? Ze kunnen toch dokter worden, of notaris of politicus? Precies het ‘bewijs’dat nu aangevoerd wordt om te onderbouwen dat het toch zo erg niet is.

Terwijl ook in de Corona-crisis maar weer eens is gebleken dat de zwarte bevolking nog steeds op achterstand staat. Ze hebben minder toegang tot gezondheidszorg, minder vangnet, zijn minder vermogend om een situatie als deze op te kunnen vangen. Witte Amerikanen hebben gemiddeld 10 keer zoveel vermogen als zwarte Amerikanen.

En ook hier kun je spreken van (al dan niet geinstitutionaliseerd) racisme: denk aan de uitzendbureaus die sneller een Wim aannemen dan een Ahmed, denk aan de belastingdienst die aan etnisch profileren doet. Maar ook aan het gegeven dat kinderen met een allochtone achtergrond een lager schooladvies krijgen dan autochtone kinderen. Hoezo gelijke kansen?

In de docu legt Baldwin uit wat het betekent om geen plek te hebben in de samenleving, in de cultuur. Hij herinnert zich dat hij als jongetje graag naar westerns keek, zichzelf in de cowboy-heldenrol fantaserend, om er later achter te komen dat hij in wezen de Indiaan zou zijn geweest in zo’n film. Hij komt er langzaam achter dat er geen plek is voor mensen als hij in de cultuur en dus in de samenleving.

En het klopt: zwarte Amerikanen zijn ondervertegenwoordigd in media, leidinggevende posities, politiek en zo meer. En dat geldt ook voor andere minderheden, vrouwen en de LGBTQ-gemeenschap. Ook in Nederland zie je dit: afgelopen week zaten in een talkshow een stuk of 6 witte mensen te praten over rassenongelijkheid in Amerika. En als dan, een week eerder, naar buiten komt dat de NPO een (toegegeven, tenenkrommende) poging heeft gedaan om het beeld in hun programma’s wat diverser te maken (de beruchte Divibokaal), gaat ook hier de discussie niet over de onderliggende vraag, maar alleen nog over de manier waarop die beantwoord wordt.

Laten we ons niet afleiden van waar het werkelijk over gaat. Laten we in gesprek gaan en blijven over racisme, discriminatie en ongelijkheid. Laten we ook luisteren naar en leren van elkaar. Laten we er samen voor zorgen dat iedereen zich onderdeel van onze samenleving voelt, ongeacht huidskleur, geloof of geaardheid. En laten we elkaar vooral de ademruimte gunnen die George Floyd ontnomen is.