Monthly Archives: mei 2014

“Nothing is ever just one thing”

Laatst kreeg ik, via de mensen waar ik mijn mediatorsopleiding heb gevolgd, een aanvraag voor een mediation. Spannend! Ik nam contact op met de betreffende mevrouw. Geen gehoor. Na een paar pogingen besloot ik een mailtje te sturen. Een dag later kreeg ik een mail terug met de mededeling dat zij er van afzag. Ze had mijn gegevens gecheckt en ze zag geen klik.

Ik werd nieuwsgierig. Welke gegevens? Wat heeft deze beslissing beïnvloed?Op deze vraag kwam het volgende antwoord: “Dat je een groot fan bent van KISS (Knights in Service of Satan). Ik ben namelijk een groot fan van Jezus ;). Beetje een mismatch.”

Ik moet zeggen: ik was verrast. Deze had ik niet verwacht. Kennelijk had ze mijn blog over KISS gelezen en daaruit haar conclusies getrokken. Nu zou ik natuurlijk in discussie kunnen gaan en bijvoorbeeld kunnen aanvoeren dat fans van KISS minder problemen en ellende hebben veroorzaakt dan fans van Jezus, maar dat wil ik niet. Als, door welke reden dan ook, iemand zich niet prettig voelt bij een mediator, moet je niet met elkaar in zee gaan.

Ik ging wel nadenken. Ik ben dit blog begonnen om mijn gedachten op een rij te zetten en om me te presenteren als mediator. Naast stukken die over mediation gaan, wilde ik ook over mezelf en dingen die me raken schrijven om het beeld zo compleet mogelijk te laten zijn. Ik denk dat je als mediator voor een belangrijk deel zelf je product bent. En ik mocht het nu helemaal zelf weten. Nu was het niet per se de bedoeling om met dit blog klanten te werven, maar ze wegjagen is ook overdreven.

Moest ik iets aanpassen? M’n blog alleen “zakelijk” vullen? Een “mediator-Mark” presenteren die een selectie van de “totale Mark” is?

Nee dus. Als je mij als mediator inschakelt, krijg je de hele Mark de Grauw. En daar hoort mijn muziek bij, de dingen die ik meemaak en mijn kijk op de wereld. En dat hoort er bij omdat, om met Neil Peart (drummer en tekstschrijver van Rush, ook een favoriete band) te spreken: “Nothing is ever just one thing”.

Er zitten altijd meerdere kanten aan situaties, dingen en mensen. Ik wil daar ook voor open staan en dat ook uitstralen door zelf open te zijn. Wat lang niet altijd meevalt, trouwens. En laat dat nou ook net één van de belangrijkste dingen in mediation zijn: open staan voor elkaars emoties, denkbeelden en wensen. En niet alleen in mediation. Het leven is zoveel leuker met een open mind!

En daarom blijf ik schrijven over dingen die me bezig houden. Zonder zelfcensuur.

Zo, en nu ga ik even m’n pentagram uitlijnen.

Geintje.

45 years a slave

Een paar weken terug had ik een gesprek met een franchiseorganisatie op het gebied van mediation. Goed verhaal hadden ze. Mooi concept, goede ondersteuning en inhoudelijk goede tools. Prachtig.

Ik werd er doodongelukkig van. Ik kreeg zowat een paniekaanval bij de gedachte aan de investering die ik zou moeten doen. Wist niet waar ik de energie, de kracht vandaan zou moeten halen om die weer terug te verdienen. Wat is er aan de hand?

Ongeveer op hetzelfde moment komen mijn schatje en ik tot dezelfde conclusie: eigenlijk zijn we herstellende van een soort burn-out. Na twee jaar van overleven moeten we weer gaan leven. Maar dat gaat niet vanzelf, zo blijkt iedere keer weer. Het gaat wel steeds wat beter, maar het gaat niet in een rechte lijn omhoog. Het kost dus tijd. En daar kan ik van alles van vinden, maar het is niet anders.

Misschien is dus gelijk in het diepe springen als mediator niet de meest verstandige keuze. Laat ik eerst eens aan het werk gaan, als het even kan parttime, en daarnaast ervaring als mediator proberen op te doen. Er leiden meer wegen naar Rome, zullen we maar zeggen.

Ik kreeg van het UWV een uitnodiging om kennis te maken met werkgevers uit de telefoniebranche. Misschien dat daar iets bij zou kunnen zitten. En als ik er gillend gek zou worden, wist ik in ieder geval dat dit niet de juiste weg naar Rome was.

In een zaaltje bij het UWV verzamelden zich een man of 40. Ik had eigenlijk verwacht als opa tussen de schoolverlaters te zitten, maar dat was niet zo. Ik was niet eens de oudste! Toen de presentatie van de mevrouw van de UWV begon, kwam het al snel op de verdiensten. Die zijn niet hoog. De term “moderne slavernij” viel.

Een paar dagen later ging ik naar de film 12 years a slave. En dat was toch echt andere koek. Werken in een callcentre is op geen enkele manier te vergelijken met de slavenarbeid op de plantages in de 19e eeuw.

Maar toch blijf ik denken aan deze vergelijking. Ik denk dat de opmerking gemaakt is vanuit een gevoel dat je niet rechtvaardig beloond wordt voor het werk dat je doet. En daar kan ik me iets bij voorstellen. Tegenover het lage uurloon staat namelijk een indrukwekkend lijstje aan eisen en ook flinke verantwoordelijkheden. Voor veel bedrijven vervullen de callcenters een heel voorname rol in het klantencontact. Klantencontact dat door die bedrijven ook heel belangrijk wordt gevonden. Die belangrijke rol wordt niet weerspiegeld in de beloning. Zeker als je dat afzet tegen de salarissen aan de top en de winsten die door de bedrijven gemaakt worden. Want daar raakt het ook aan: de discussie over de toegenomen inkomensongelijkheid. Het groter wordende verschil tussen de haves en de have-nots. De onvrede die heerst bij de “99%” komt in zo’n opmerking over moderne slavernij naar voren.

Het grote verschil zit hem natuurlijk in de vrijheid. Vrijheid van leven, vrijheid om voor een ander leven te kiezen. Ik ben me opnieuw bewust van het belang om keuzes te maken. Hoe moeilijk de situatie ook is, je hebt altijd een keuze. Om een andere baan te zoeken. Om je bij of om te scholen. Om je verder te ontwikkelen. Zoals de hoofdpersoon uit de film zei:”Ik wil niet overleven, ik wil léven”.

Anders word je “45 years a slave”. En nog van jezelf ook.

PS: Prachtige film trouwens, 12 years a slave. Gaat dat zien!